Art. 34 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Uitvoeringsbepalingen voor de opslag
Verordening (EG) nr. 1623/2000
1. Gedurende de opslagperiode en tot en met de laatste dag van de geldigheidsduur van het contract moeten de opgeslagen producten:
a) beantwoorden aan de respectieve definities van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1493/1999,
b) ten minste het minimumalcoholgehalte hebben dat bij het sluiten van het contract van toepassing was voor de betrokken categorie tafelwijn,
c) verpakt zijn in recipiënten van ten minste 50 liter,
d) ongebotteld blijven en
e) wat wijn betreft, geschikt zijn om aan het eind van de opslagperiode voor rechtstreekse menselijke consumptie te worden aangeboden of geleverd.
2. Onverminderd artikel 6 mogen voor producten waarvoor het contract is gesloten slechts de behandelingen of oenologische procédés worden uitgevoerd die nodig zijn voor een goede bewaring. Voor wijn wordt een verandering van het in het contract vermelde volume van ten hoogste 2 % toegestaan; voor druivenmost mag deze verandering niet groter zijn dan 3 %. Wanneer veranderd is van tank worden deze percentages verhoogd met 1 %. Wanneer deze percentages voor de totale hoeveelheid van het contract niet worden overschreden, blijft de steun volledig verschuldigd; in geval van overschrijding is de steun niet langer verschuldigd.
3. Onverminderd artikel 33 van deze verordening mag de producent tijdens de geldigheidsduur van het contract het product waarvoor het contract is gesloten niet verkopen, noch op enige andere wijze in de handel brengen.
In afwijking van de eerste alinea mag de producent zich er tijdens de geldigheidsduur van het contract toe verbinden de tafelwijn waarvoor het contract is gesloten, zodra dit contract afloopt, te leveren voor een distillatie als bedoeld in titel III van deze verordening.
4. De producent brengt het interventiebureau vooraf, binnen een door de lidstaat vast te stellen termijn, op de hoogte van elke wijziging gedurende de geldigheidsduur van het contract:
a) in de plaats van opslag, of
b) in de verpakking van het product. In dit geval geeft hij de recipiënten aan waarin het product definitief zal worden opgeslagen.
5. Wanneer de producent voornemens is het product waarvoor het contract is gesloten, te vervoeren naar een opslagplaats in een andere plaats of in een ruimte die niet zijn eigendom is, mag het vervoer slechts worden verricht nadat het overeenkomstig het bepaalde in lid 4 op de hoogte gebrachte interventiebureau daarmee heeft ingestemd.
6. Producenten die een contract hebben gesloten voor de particuliere opslag van druivenmost, mogen deze most tijdens de geldigheidsduur van het contract geheel of gedeeltelijk verwerken tot geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost.
Producenten die een contract hebben gesloten voor de particuliere opslag van geconcentreerde druivenmost, mogen deze producten tijdens de geldigheidsduur van het contract geheel of gedeeltelijk verwerken tot gerectificeerde geconcentreerde druivenmost.
De producenten mogen de in de twee bovenstaande alinea's bedoelde verwerking door derden laten uitvoeren voor zover de door verwerking verkregen producten eigendom zijn van deze producenten en deze vooraf een aangifte hebben ingediend. De betrokken lidstaat verricht de controles op deze activiteiten.
7. De belanghebbende producenten delen het interventiebureau schriftelijk de volgende gegevens mee: de datum waarop de in lid 6 bedoelde verwerking begint, de opslagplaats en de soort verpakking.
De mededeling moet ten minste vijftien dagen vóór het begin van de verwerking bij het interventiebureau binnenkomen.
Binnen één maand, te rekenen vanaf de dag waarop de verwerking is beëindigd, doen de producenten het interventiebureau een analyseverslag inzake het verkregen product toekomen, waarin ten minste de voor dit product vereiste gegevens als bedoeld in artikel 29 van deze verordening zijn vermeld.
8. Wanneer tot één van de in lid 6 van dit artikel bedoelde verwerkingen wordt overgegaan, is het bedrag van de steun voor de opslag van het product waarvoor het contract is gesloten gelijk aan:
a) het in artikel 25, onder a), van deze verordening vastgestelde bedrag voor de in lid 6, eerste alinea, bedoelde verwerking,
b) het in artikel 25, onder b), van deze verordening vastgestelde bedrag voor de in lid 6, tweede alinea, bedoelde verwerking.
De steun wordt, voor de hele duur van de opslag, berekend op basis van de hoeveelheden product vóór verwerking, waarvoor het contract geldt.