Art. 29 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Sluiten van contracten

Verordening (EG) nr. 1623/2000

1. Contracten worden alleen gesloten op voorwaarde dat de producent voor iedere recipiënt waarin het betrokken product opgeslagen ligt de volgende gegevens verstrekt:

a) aanduidingen waardoor de recipiënt kan worden geïdentificeerd,

b) de volgende analysegegevens:

i) de kleur,

ii) het gehalte aan zwaveldioxide

iii) het feit dat geen hybriderassen zijn gebruikt, hetgeen voor rode producten wordt nagegaan door onderzoek op malvidoldiglucoside.

Wanneer het druivenmost, geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost betreft, wordt voorts vermeld:

c) de aanduiding in cijfers die bij een temperatuur van 20 °C wordt aangegeven door de refractometer die wordt gebruikt volgens de in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 558/93 van de Commissie vastgestelde methode. Bij controles door de autoriteiten wordt een tolerantie van 0,2 toegestaan.

Wanneer het tafelwijn betreft, moeten voorts onder meer de volgende analysegegevens worden verstrekt:

d) het totale alcoholvolumegehalte;

e) het effectieve alcoholvolumegehalte;

f) het totale zuurgehalte, uitgedrukt in gram wijnsteenzuur/liter of in milli-equivalent/liter; voor witte wijn kunnen de lidstaten evenwel bepalen dat deze aanduiding niet vereist is;

g) het gehalte aan vluchtige zuren, uitgedrukt in gram azijnzuur/liter of in milli- equivalent/liter; voor witte wijn kunnen de lidstaten evenwel bepalen dat deze aanduiding niet vereist is;

h) het gehalte aan reducerende suikers;

i) het gedrag van de wijn bij blootstelling aan de lucht gedurende 24 uur;

j) het feit dat de wijn geen slechte smaak heeft.

De bovenbedoelde analysegegevens worden vastgesteld door een officieel laboratorium als bedoeld in artikel 72 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 in de 30 dagen voordat het contract wordt gesloten.

2. De lidstaten kunnen het aantal contracten dat een producent voor elk wijnoogstjaar mag sluiten, beperken.

3. Een contract voor tafelwijn kan niet worden gesloten vóór de datum waarop de betrokken wijn voor het eerst wordt afgetapt.

4. Producenten die een opslagcontract voor tafelwijn willen sluiten, stellen het interventiebureau bij de indiening van de aanvraag voor het sluiten van een contract in kennis van de totale hoeveelheid tafelwijn die zij in het lopende wijnoogstjaar hebben geproduceerd.

Met het oog hierop dient de producent een kopie in van de in artikel 18, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde productieopgave(n) en, in voorkomend geval, ook van de in artikel 29 van deze verordening bedoelde registers. Wanneer de opgave nog niet beschikbaar is, mag een voorlopig attest worden overgelegd.

5. Onverminderd artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bevat het contrat ten minste de volgende gegevens:

a) de naam en het adres van de betrokken producenten;

b) de naam en het adres van het interventiebureau,

c) de aard van het product volgens de in artikel 25 van deze verordening bedoelde categorieën;

d) de hoeveelheid;

e) de plaats van opslag;

f) de eerste dag van de opslagperiode;

g) het bedrag van de steun, uitgedrukt in [fmxeuro].

Wanneer het tafelwijn betreft, bevat het contract voorts:

h) een verklaring dat de tafelwijn al voor het eerst is afgetapt;

i) een bepaling dat het volume met een door de Commissie, volgens de procedure van artikel 75 van Verordening (EG) nr. 1493/1999, vast te stellen percentage kan worden verminderd, wanneer het totale volume van de ondertekende contracten aanzienlijk hoger ligt dan het gemiddelde van de drie voorafgaande wijnoogstjaren; de opgeslagen hoeveelheden mogen door deze vermindering niet onder de in artikel 28, lid 2, vastgestelde minima komen te liggen. Wanneer deze vermindering wordt toegepast, blijft de steun geheel verschuldigd voor de periode die daaraan voorafgaat.

De lidstaten kunnen aanvullende gegevens eisen voor de identificatie van het betrokken product.

Vorige artikelen

Volgende artikelen