Art. 11 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Voorschot
Verordening (EG) nr. 1623/2000
1. De verwerker kan, op voorwaarde dat hij ten gunste van het interventiebureau een zekerheid heeft gesteld, vragen dat hem een bedrag wordt voorgeschoten dat gelijk is aan het steunbedrag dat is berekend voor de grondstoffen waarvoor hij het bewijs levert dat deze in zijn bedrijf zijn aangevoerd. De zekerheid bedraagt 120 % van bedoeld steunbedrag. In dit geval hoeven de in artikel 8 van deze verordening bedoelde bewijsstukken in dit stadium niet te worden overgelegd.
Wanneer de verwerker in het kader van deze verordening meer dan een steunaanvraag opstelt, kan de bevoegde instantie of de hiertoe gemachtigde dienst hem toestaan één enkele zekerheid te stellen. In dit geval bedraagt de zekerheid 120 % van het totaal van de overeenkomstig de eerste alinea berekende bedragen.
2. Het in lid 1 bedoelde voorschot wordt betaald binnen drie maanden na overlegging van het bewijs dat de zekerheid gesteld is. Het voorschot wordt evenwel niet vóór 1 januari van het betrokken wijnoogstjaar betaald.
3. Na verificatie van alle in artikel 8 van deze verordening bedoelde documenten door de bevoegde instantie of de gemachtigde dienst wordt de in lid 1 bedoelde zekerheid geheel of, in voorkomend geval, gedeeltelijk vrijgegeven volgens de procedure van artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie. Behoudens overmacht wordt de zekerheid verbeurd als de gebruikte hoeveelheid kleiner is dan 95 % van de hoeveelheid waarvoor het voorschot is betaald.
Wanneer de verwerkte hoeveelheid kleiner is dan 95 % van de hoeveelheid waarvoor het voorschot is betaald, behoudt de verwerker het recht op steun voor de daadwerkelijk verwerkte hoeveelheid.
Wanneer de verwerkte hoeveelheid ligt tussen 95 en 99,9 % van de hoeveelheid waarvoor het voorschot is betaald, wordt de zekerheid slechts verbeurd voor het gedeelte dat niet is verwerkt tijdens het wijnoogstjaar.