Art. 7 Verordening (EG) nr. 104/2000

Verordening (EG) nr. 104/2000

1. Wanneer een producentenorganisatie representatief wordt geacht voor de productie en de afzet in één of meer aanvoerplaatsen en zij daartoe een verzoek richt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat, kan de betrokken lidstaat voor producenten die niet bij die organisatie zijn aangesloten en die in het betrokken gebied één of meer van de in artikel 1 genoemde producten verhandelen, verbindend verklaren:

a) de voor het bereiken van de doelstelling van artikel 5, lid 1, onder b), door de organisatie vastgestelde productie- en afzetvoorschriften;

b) de door de betrokken organisatie aangenomen regels betreffende het uit de markt nemen en de uitgestelde verkoop van de in artikel 1, tweede alinea, tweede streepje, onder a) en c), genoemde verse of gekoelde producten.

De regels mogen wat de in bijlage I genoemde producten betreft echter alleen tot niet-aangeslotenen worden uitgebreid als de prijs die de producentenorganisatie toepast gelijk is aan de communautaire ophoudprijs of verkoopprijs, onder voorbehoud van de tolerantiemarge als bedoeld in artikel 21, lid 1, onder a).

De lidstaat kan besluiten dat de verbindendverklaring van de onder a) en b) bedoelde regels voor bepaalde verkoopcategorieën niet van toepassing is.

2. De krachtens lid 1 verbindend verklaarde regels gelden tot en met de eerste verkoop op de markt, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden voor een tot bepaalde regio's beperkt gebied.

3. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de regels die zij op grond van lid 1 verbindend hebben verklaard.

De Commissie kan binnen een maand vanaf de datum waarop zij deze kennisgeving heeft ontvangen, de betrokken lidstaat vragen de toepassing van zijn besluit volledig of gedeeltelijk te schorsen, indien zij van mening is dat de deugdelijkheid van dit besluit in het licht van de in lid 4 bepaalde gronden voor nietigverklaring niet als vaststaand kan worden beschouwd. In een dergelijk geval handelt de Commissie binnen twee maanden vanaf dezelfde datum als volgt:

- zij bevestigt dat de meegedeelde regels verbindend kunnen worden verklaard,

of

- zij verklaart de verbindendverklaring van de regels waartoe de lidstaat heeft besloten, bij een met redenen omkleed besluit nietig op een van de in lid 4, onder a) en b), bedoelde gronden. In dat geval is het besluit van de Commissie van toepassing met ingang van de datum waarop het verzoek tot schorsing van de regels aan de lidstaat werd toegezonden.

4. De Commissie verklaart de in lid 1 bedoelde verbindendverklaring nietig wanneer:

a) zij vaststelt dat daardoor het vrije handelsverkeer wordt belemmerd of de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag in gevaar worden gebracht;

b) zij vaststelt dat artikel 8, lid 1, van het Verdrag van toepassing is op de algemeen verbindend verklaarde regels.

5. Naar aanleiding van een controle achteraf kan de Commissie te allen tijde vaststellen dat er grond tot nietigverklaring als bedoeld in lid 4 bestaat en kan zij de betrokken verbindendverklaring nietig verklaren.

6. In iedere fase van de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde procedure stelt de Commissie de overige lidstaten onverwijld in kennis van het verloop ervan.

7. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de naleving van de in lid 1 bedoelde regels te controleren; zij brengen die maatregelen onmiddellijk ter kennis van de Commissie.

8. In geval van toepassing van lid 1 kan de betrokken lidstaat besluiten dat de niet-aangeslotenen aan de organisatie een bedrag verschuldigd zijn dat gelijk is aan het geheel of een deel van de door de aangesloten producenten betaalde bijdragen, voorzover die bijdragen bestemd zijn ter dekking van de administratiekosten die uit de toepassing van de in lid 1 bedoelde regeling voortvloeien.

9. In geval van toepassing van lid 1 dragen de lidstaten er zorg voor, in voorkomend geval, door bemiddeling van de producentenorganisaties, dat de producten die niet aan de handelsnormen voldoen of niet konden worden verkocht tegen een prijs die ten minste gelijk is aan de ophoudprijs, uit de markt worden genomen.

10. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 38, lid 2.