Art. 9 Richtlijn 2000/46/EG, Verkregen rechten
Instellingen voor elektronisch geld die onder deze richtlijn vallen en die overeenkomstig de bepalingen van de lidstaat waarin zij hun hoofdkantoor hebben, hun werkzaamheden hebben aangevangen vóór de datum van inwerkingtreding van de tot uitvoering van deze richtlijn aangenomen bepalingen, doch uiterlijk vóór de in artikel 10, lid 1, vermelde datum, worden beschouwd als instellingen die over een vergunning beschikken. De lidstaten verplichten die instellingen voor elektronisch geld ertoe de bevoegde autoriteiten alle dienstige gegevens te verstrekken om hen in staat te stellen binnen zes maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van de tot uitvoering van deze richtlijn aangenomen bepalingen te beoordelen of de instellingen aan de bij deze richtlijn vastgestelde voorschriften voldoen, welke maatregelen moeten worden genomen om naleving te garanderen, dan wel of het aangewezen is de vergunning in te trekken. Indien de naleving niet binnen zes maanden vanaf de in artikel 10, lid 1, vermelde datum wordt gegarandeerd, komt de instelling voor elektronisch geld na die termijn niet in aanmerking voor wederzijdse erkenning.