Art. 4 Richtlijn 2000/46/EG, Aanvangskapitaal en permanente vermogensvereisten

Richtlijn 2000/46/EG

1. Instellingen voor elektronisch geld moeten beschikken over een aanvangskapitaal in de zin van artikel 34, lid 2, punten 1 en 2, van Richtlijn 2000/12/EG van ten minste 1 miljoen EUR. Niettegenstaande het bepaalde in de leden 2 en 3 mag hun eigen vermogen in de zin van Richtlijn 2000/12/EG niet tot onder dit bedrag dalen.

2. Het eigen vermogen van een instelling voor elektronisch geld is te allen tijde ten minste gelijk aan 2 % van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het gemiddelde over de laatste zes maanden van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.

3. Wanneer een instelling voor elektronisch geld haar werkzaamheden nog geen zes maanden uitoefent (met inbegrip van de dag waarop zij haar werkzaamheden heeft aangevangen), is haar eigen vermogen ten minste gelijk aan 2 % van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden. Het op zes maanden nagestreefde bedrag van de totale financiële verplichtingen van de instelling die met uitstaand elektronisch geld verband houden, wordt vermeld in haar programma van werkzaamheden nadat eventuele door de bevoegde autoriteiten verlangde wijzigingen in dit programma zijn aangebracht.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen