Art. 12 Richtlijn inzake elektronische handel, "Mere conduit" (doorgeefluik)
Richtlijn 2000/31/EG (Richtlijn inzake elektronische handel)
1. De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de dienstverlener niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat:
a) het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener ligt;
b) de ontvanger van de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd, en
c) de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd of gewijzigd.
2. Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van lid 1 omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voorzover deze opslag uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor het doorgeven nodig is.
3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of een administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van de lidstaat te eisen dat de dienstverlener een inbreuk beëindigt of voorkomt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. 's-Gravenhage 11 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0549
- Hof Amsterdam 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3435
- Conclusie A-G van Peursem 23 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1521
- Hof 's-Hertogenbosch 23 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3348
- Rb. Zutphen 1 juli 2002, ECLI:NL:RBZUT:2002:AE5005
- Conclusie A-G Vlas 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71