Art. 14 Richtlijn inzake elektronische handel, "Hosting" ("host"-diensten)
Richtlijn 2000/31/EG (Richtlijn inzake elektronische handel)
1. De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de dienstverlener niet aansprakelijk is voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat:
a) de dienstverlener niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie en, wanneer het een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteiten of informatie duidelijk blijkt, of
b) de dienstverlener, zodra hij van het bovenbedoelde daadwerkelijk kennis heeft of besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de dienstverlener handelt.
3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of een administratieve autoriteit om in overeenstemming met het rechtsstelsel van de lidstaat te eisen dat de dienstverlener een inbreuk beëindigt of voorkomt. Het doet evenmin afbreuk aan de mogelijkheid voor lidstaten om procedures vast te stellen om informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019
- HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:503
- Conclusie A-G van Peursem 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:789
- HR 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:849
- Hof 's-Hertogenbosch 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3904
- Hof Amsterdam 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3435
- Conclusie A-G van Peursem 6 juli 2021, ECLI:NL:PHR:2021:690
- Conclusie A-G van Peursem 23 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1521
- HR 27 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:94
- Hof 's-Hertogenbosch 23 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3348
- Rb. Utrecht 26 augustus 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6008
- Rb. Den Haag 4 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10082
- Rb. Amsterdam 11 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8415
- Rb. Amsterdam 12 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH7529
- Conclusie A-G van Peursem 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:534
- Conclusie A-G Timmerman 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:748
- Conclusie A-G Langemeijer 8 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:933
- Conclusie A-G Vlas 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71
- Hof 's-Hertogenbosch 12 maart 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:811
- Hof Amsterdam 26 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:767