Art. 24 Richtlijn 2000/29/EG

Richtlijn 2000/29/EG

1. Met betrekking tot de oorzaken van het voorkomen van het schadelijke organisme bedoeld in artikel 22, geldt het volgende.

De Commissie gaat na of het voorkomen van het schadelijke organisme in het betrokken gebied het gevolg is van het verkeer in dit gebied van één of meer partijen waarin dit schadelijke organisme voorkomt en stelt vast uit welke lidstaat/lidstaten de partij(en) afkomstig is (zijn).

De lidstaat waarvan de partij(en) waarin het schadelijke organisme voorkomt afkomstig is (zijn), ongeacht of deze dezelfde is als bovenbedoelde, stelt de Commissie op haar verzoek onmiddellijk in kennis van alle gegevens over de oorsprong van de partij(en) en de administratieve afwikkeling van het dossier met inbegrip van de in deze richtlijn voorgeschreven onderzoeken, inspecties en controles, teneinde na te gaan waarom deze lidstaat niet heeft ontdekt dat de partij(en) niet in overeenstemming was (waren) met de bepalingen van de onderhavige richtlijn. Hij stelt de Commissie op haar verzoek ook in kennis van de bestemming van alle andere partijen die tijdens een bepaalde periode afkomstig waren van dezelfde oorsprong.

Om de gegevens aan te vullen kunnen onder de verantwoordelijkheid van de Commissie door de in artikel 21 bedoelde deskundigen onderzoeken worden ingesteld.

2. De uit hoofde van deze bepalingen of die van artikel 16, lid 3, verkregen gegevens worden door het Comité onderzocht om een beeld te krijgen van de eventuele tekortkomingen van de communautaire regeling voor de bestrijding van plantenziekten of de toepassing daarvan, en de maatregelen waarmee deze tekortkomingen kunnen worden opgeheven.

De in lid 1 bedoelde gegevens worden ook gebruikt om overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag vast te stellen of het niet in overeenstemming met de richtlijn zijn van de partij(en) waaraan het voorkomen van de schadelijke organismen in het betrokken gebied te wijten is, niet door de lidstaat van herkomst is ontdekt omdat deze niet heeft voldaan aan één van zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag en de bepalingen van de onderhavige richtlijn, met name in verband met de in artikel 6 voorgeschreven onderzoeken of de in artikel 13, lid 1, voorgeschreven inspecties.

3. Wanneer met betrekking tot de in artikel 23, lid 1, bedoelde lidstaat de in lid 2 bedoelde conclusie wordt getrokken, wordt aan deze lidstaat geen financiële bijdrage van de Gemeenschap toegekend of, indien de bijdrage reeds is toegekend, wordt deze niet gestort, of, indien de bijdrage reeds is gestort, wordt deze aan de Gemeenschap terugbetaald. In dit laatste geval is artikel 23, lid 10, derde alinea, van toepassing.

Wanneer de in lid 2 bedoelde conclusie met betrekking tot een andere lidstaat wordt getrokken, is het Gemeenschapsrecht van toepassing, rekening houdend met de bepalingen van artikel 23, lid 7, tweede zin.