Art. 21 Richtlijn 2000/29/EG

Richtlijn 2000/29/EG

1. Met het oog op een juiste en eenvormige toepassing van deze richtlijn en onverminderd de op gezag van de lidstaten verrichte controles, kan de Commissie in het kader van de in lid 3 opgesomde taken en overeenkomstig de bepalingen van dit artikel op haar gezag, al of niet ter plaatse, door deskundigen controles doen uitvoeren.

Wanneer deze controles in een lidstaat worden uitgevoerd, moet dit geschieden in samenwerking met de officiële instantie voor gewasbescherming van die lidstaat, op de wijze die nader is aangegeven in de leden 4 en 5 en overeenkomstig de bepalingen van lid 7.

2. De in lid 1 bedoelde deskundigen kunnen:

- in dienst van de Commissie zijn;

- in dienst van een lidstaat zijn en tijdelijk of ad hoc ter beschikking van de Commissie zijn gesteld.

Zij moeten in ten minste één lidstaat de voor de uitvoering en controle van officiële fytosanitaire inspecties vereiste kwalificaties hebben verworven.

3. De in lid 1 bedoelde controles kunnen worden uitgevoerd met betrekking tot de volgende taken:

- het toezien op het onderzoek bedoeld in artikel 6;

- het toezien op of, in het kader van het bepaalde in lid 5, vijfde alinea, van het onderhavige artikel, het in samenwerking met de lidstaten verrichten van het onderzoek bedoeld in artikel 13, lid 1;

- het verrichten van de in de technische regelingen bedoeld in artikel 13, lid 7, omschreven werkzaamheden;

- het verrichten van de in artikel 15, lid 1, en artikel 16, lid 3, bedoelde onderzoeken en naspeuringen;

- het bijstaan van de Commissie bij de taken bedoeld in lid 6;

- het vervullen van iedere andere taak die door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aan de deskundigen wordt opgedragen.

4. Met het oog op het verrichten van de in lid 3 opgesomde taken kunnen de in lid 1 bedoelde deskundigen:

- kwekerijen, landbouwbedrijven en andere plaatsen bezoeken waar planten, plantaardige producten of andere materialen worden of zijn geteeld, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen;

- de plaatsen bezoeken waar onderzoek uit hoofde van artikel 6 of artikel 13 wordt verricht;

- functionarissen van de officiële instanties voor gewasbescherming van de lidstaten raadplegen;

- nationale inspecteurs van de lidstaten vergezellen wanneer dezen werkzaamheden voor de toepassing van deze richtlijn verrichten.

5. In het kader van de samenwerking bedoeld in lid 1, tweede alinea, wordt de officiële instantie voor gewasbescherming van de betrokken lidstaat tijdig in kennis gesteld van de uit te voeren taak, zodat de nodige voorzieningen kunnen worden getroffen.

De lidstaten doen al hetgeen redelijkerwijs mogelijk is om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en doeltreffendheid van de inspecties niet in het gedrang komen. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat de deskundigen hun taak ongehinderd kunnen vervullen en doen al hetgeen redelijkerwijs mogelijk is om dezen, op hun verzoek, de benodigde beschikbare voorzieningen te verschaffen, met inbegrip van het materiaal en laboratoriumpersoneel. De Commissie vergoedt de uit dergelijke verzoeken voortvloeiende uitgaven binnen de grenzen van de voor dat doel op de algemene begroting van de Europese Unie uitgetrokken middelen.

De deskundigen dienen, in alle gevallen waarin de nationale wetgeving zulks vereist, naar behoren gemachtigd te zijn door de officiële organisatie voor plantenbescherming van de betrokken lidstaat, en zij dienen zich te houden aan de regels en gebruiken die gelden voor het personeel van deze lidstaat.

Wanneer het gaat om het toezien op het onderzoek bedoeld in artikel 6 of op inspecties bedoeld in artikel 13, lid 1, of op het verrichten van onderzoek bedoeld in artikel 15, lid 1, en in artikel 6, lid 3, mag ter plaatse geen beslissing worden genomen. De deskundigen brengen van hun activiteiten en bevindingen verslag uit aan de Commissie.

Wanneer het om het verrichten van inspecties bedoeld in artikel 13, lid 1, gaat worden deze inspecties geïntegreerd in een bestaand inspectieprogramma en worden de door de betrokken lidstaat vastgestelde procedures in acht genomen; in geval van gezamenlijke inspectie staat de betrokken lidstaat het binnenbrengen van een zending in de Gemeenschap slechts dan toe indien daarover overeenstemming bestaat tussen de instantie voor gewasbescherming van de betrokken lidstaat en de Commissie. Overeenkomstig de procedure van artikel 18 kan deze voorwaarde worden uitgebreid tot andere onherroepelijke eisen die aan zendingen worden gesteld voordat deze de Gemeenschap worden binnengebracht indien die uitbreiding blijkens de ervaring noodzakelijk is. Bij gebreke van overeenstemming tussen de deskundige van de Gemeenschap en de nationale inspecteur, neemt de betrokken lidstaat in afwachting van een definitieve beslissing de nodige conservatoire maatregelen.

In elk geval worden de nationale bepalingen op het gebied van strafrechtelijke procedures en administratieve sancties toegepast volgens de gebruikelijke procedures. Wanneer de deskundigen een vermoeden hebben van enige inbreuk op de bepalingen van de onderhavige richtlijn, dient dit ter kennis te worden gebracht van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.

6. De Commissie:

- richt een netwerk op voor de melding van de nieuwe gevallen waarin schadelijke organismen zijn aangetroffen;

- doet aanbevelingen voor aanwijzingen die de deskundigen en de nationale inspecteurs bij het verrichten van hun werkzaamheden tot richtsnoer zullen dienen.

Om de Commissie bij het vervullen van deze laatste taak bij te staan, stellen de lidstaten haar in kennis van hun huidige werkwijze bij nationale inspecties op fytosanitair gebied.

7. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 18 de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast, met inbegrip van de bepalingen die van toepassing zijn op de samenwerking bedoeld in lid 1, tweede alinea.

8. De Commissie brengt uiterlijk 31 december 1994 aan de Raad verslag uit over de bij de tenuitvoerlegging van dit artikel opgedane ervaring. De Raad neemt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid de nodige maatregelen om, in voorkomend geval, deze bepalingen in het licht van deze ervaring aan te passen.