Art. 7 Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering
Richtlijn 2000/26/EG (Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering)
Indien het voertuig niet kan worden geïdentificeerd of de verzekeringsonderneming binnen twee maanden na het ongeval niet kan worden geïdentificeerd, kan de benadeelde een verzoek tot schadevergoeding indienen bij het schadevergoedingsorgaan in zijn lidstaat van woonplaats. De vergoeding wordt uitgekeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van Richtlijn 84/5/EEG. Het schadevergoedingsorgaan kan zich onder de voorwaarden van artikel 6, lid 2, verhalen:
a) indien de verzekeringsonderneming niet kan worden geïdentificeerd: op het in artikel 1, lid 4, van Richtlijn 84/5/EEG bedoelde garantiefonds in de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk gestald is;
b) indien het betrokken voertuig niet kan worden geïdentificeerd: op het garantiefonds in de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan;
c) indien het gaat om een voertuig uit een derde land: op het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan.