Art. 10 Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering, Omzetting

Richtlijn 2000/26/EG (Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering)

1. De lidstaten dragen zorg voor aanneming en bekendmaking van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om vóór 20 juli 2002 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Zij passen deze bepalingen toe voor 20 januari 2003.

2. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3. Onverminderd lid 1 gaan de lidstaten voor 20 januari 2002 over tot de oprichting of erkenning van het in artikel 6, lid 1, bedoelde schadevergoedingsorgaan. Indien de schadevergoedingsorganen niet voor 20 juli 2002 een overeenkomst volgens artikel 6, lid 3, hebben gesloten, stelt de Commissie de nodige maatregelen voor om ervoor te zorgen dat het bepaalde in de artikelen 6 en 7 voor 20 januari 2003 van kracht wordt.

4. De lidstaten mogen in overeenstemming met het Verdrag bepalingen handhaven of invoeren die voor de benadeelde gunstiger zijn dan de bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen.

5. De lidstaten delen de Commissie de tekst mede van de belangrijke bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen