Art. 9 Richtlijn 2000/13/EG

Richtlijn 2000/13/EG

1. De datum van minimale houdbaarheid van een levensmiddel is de datum tot waarop dit zijn specifieke eigenschappen behoudt, mits het op passende wijze wordt bewaard.

Deze datum wordt vermeld overeenkomstig de leden 2 tot en met 5.

2. Deze datum wordt voorafgegaan door de vermelding:

- "Ten minste houdbaar tot ..." wanneer in de datumaanduiding de dag is vermeld,

- "Ten minste houdbaar tot einde ..." in de andere gevallen.

3. De in lid 2 bedoelde vermeldingen gaan vergezeld van:

- hetzij de datum zelf,

- hetzij de vermelding van de plaats in de etikettering waar deze voorkomt.

Zo nodig worden hieraan de bewaarvoorschriften toegevoegd, aan de hand waarvan de aangegeven houdbaarheid kan worden gewaarborgd.

4. De datum dient ongecodeerd te worden aangegeven door vermelding van achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar.

Echter kan voor levensmiddelen:

- met een houdbaarheid van minder dan drie maanden, worden volstaan met de vermelding van de dag en de maand,

- met een houdbaarheid van ten minste drie en ten hoogste achttien maanden worden volstaan met de vermelding van de maand en het jaar,

- met een houdbaarheid van meer dan achttien maanden worden volstaan met de vermelding van het jaar.

De voorschriften voor de aanduiding van de datum kunnen volgens de procedure van artikel 20, lid 2, worden gepreciseerd.

5. Onder voorbehoud van de communautaire bepalingen waarbij andere datumaanduidingen worden voorgeschreven, is de vermelding van de datum van houdbaarheid niet vereist bij:

- verse groenten, aardappelen daaronder begrepen, en vers fruit, die niet zijn geschild of gesneden, of soortgelijke bewerkingen hebben ondergaan. Deze ontheffing geldt niet voor gekiemde zaden en soortgelijke producten zoals scheuten van peulvruchten,

- wijn, likeurwijn, mousserende wijn, gearomatiseerde wijn en soortgelijke uit andere vruchten dan druiven verkregen producten, alsmede uit druiven of druivenmost vervaardigde dranken van de GN-codes 22060091, 2206 00 93 en 2206 00 99.

- dranken met een alcoholgehalte van 10 of meer volumeprocenten,

- alcoholvrije frisdranken, vruchtensappen, vruchtennectars en alcoholhoudende dranken in aparte recipiënten van meer dan 5 l, bestemd voor levering aan instellingen,

- broodbakkerij- of banketbakkerijproducten die naar hun aard bestemd zijn om binnen 24 uur na de bereiding te worden geconsumeerd,

- azijn,

- keukenzout,

- suikers in vaste vorm,

- suikergoedproducten bijna uitsluitend bestaande uit gearomatiseerde en/of gekleurde suiker(s),

- kauwgom en soortegelijke producten om te kauwen,

- afzonderlijke porties consumptie-ijs.

Vorige artikelen

Volgende artikelen