Art. 6 Richtlijn 2000/13/EG
1. De lijst van ingrediënten dient te worden vermeld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in de bijlagen I, II en III.
2. De vermelding van de ingrediënten is niet vereist voor:
a) - verse groenten, aardappelen daaronder begrepen, en vers fruit, die niet zijn geschild, gesneden of een andere soortgelijke behandeling hebben ondergaan,
- koolzuurhoudend water waarvan de hoedanigheid blijkt uit de benaming,
- gistingsazijn indien deze uitsluitend afkomstig is van één basisproduct en mits er geen ander ingrediënt aan is toegevoegd;
b) - kaas,
- boter,
- gezuurde melk en gezuurde room,
voorzover geen andere ingrediënten zijn toegevoegd dan melkbestanddelen, enzymen en culturen van micro-organismen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging, of dan zout dat noodzakelijk is voor de bereiding van andere kaas dan verse kaas of smeltkaas;
c) producten die uit één ingrediënt bestaan:
- wanneer de verkoopbenaming en de naam van het ingrediënt identiek zijn, of
- wanneer aan de hand van de verkoopbenaming de aard van het ingrediënt duidelijk kan worden vastgesteld.
3. Voor dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, vóór 22 december 1982 de etiketteringsvoorschriften voor de ingrediënten vast.
4. a) Onder ingrediënt wordt verstaan iedere stof, met inbegrip van additieven, die bij de vervaardiging of bereiding van een levensmiddel wordt gebruikt en die in het eindproduct, eventueel in gewijzigde vorm, nog aanwezig is.
b) Wanneer een ingrediënt van een levensmiddel op zijn beurt uit verschillende ingrediënten is bereid, worden deze als ingrediënten van dit levensmiddel beschouwd.
c) Niet als ingrediënten worden beschouwd:
i) de bestanddelen van een ingrediënt die tijdens de bereiding tijdelijk daaraan worden onttrokken en er vervolgens weer in worden verwerkt in een hoeveelheid die het aanvankelijke gehalte niet overschrijdt;
ii) additieven:
- waarvan de aanwezigheid in een levensmiddel uitsluitend berust op het feit dat zij verwerkt waren in ééen of meer ingrediënten van dit product, mits zij in het eindproduct geen technologische functie meer vervullen,
- die worden gebruikt als technologische hulpstoffen:
iii) de stoffen die in strikt noodzakelijke doses als oplosmiddelen of dragers van additieven en geur- of smaakstoffen worden gebruikt.
d) Volgens de procedure van artikel 20, lid 2, kan in bepaalde gevallen worden beslist of aan de onder c), ii) en iii), bedoelde voorwaarden is voldaan.
5. De lijst van ingrediënten bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel worden gebruikt. Zij wordt voorafgegaan door een passende vermelding die het woord "ingrediënten" bevat.
Evenwel:
- toegevoegd water en vluchtige ingrediënten worden op de lijst vermeld naar gelang van hun aanwezigheid in gewicht in het eindproduct. De hoeveelheid water die als ingrediënt aan een levensmiddel is toegevoegd, wordt vastgesteld door van de totale hoeveelheid eindproduct de totale hoeveelheid aan andere gebruikte ingrediënten af te trekken. Deze hoeveelheid behoeft niet te worden meegerekend indien zij in gewicht niet meer bedraagt dan 5 % van het eindproduct;
- ingrediënten die in geconcentreerde of gedehydrateerde vorm worden gebruikt en tijdens de vervaardiging weer in hun oorspronkelijke toestand worden gebracht, mogen op de lijst worden opgenomen volgens hun gewicht vóór concentratie of dehydratatie;
- ten aanzien van geconcentreerde of gedehydrateerde levensmiddelen, waaraan water moet worden toegevoegd, kan de opsomming geschieden in de volgorde van de hoeveelheden in het gereconstitueerde product, mits de lijst van ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van " ingrediënten van het weer in oorspronkelijke staat gebrachte product" of "ingrediënten van het voor consumptie gerede product";
- bij mengsels van vruchten of groenten waarin geen enkele vrucht of groente aanmerkelijk in gewicht overheerst, kunnen deze ingrediënten in een andere volgorde worden vermeld, mits de lijst van genoemde ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van "in wisselende verhouding";
- bij mengsels van specerijen of kruiden waarin geen van deze producten aanmerkelijk in gewicht overheerst, kunnen deze ingrediënten in een andere volgorde worden vermeld, mits de lijst van genoemde ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van "in wisselende verhouding".
6. Ingrediënten worden aangeduid met hun specifieke naam, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 5.
Evenwel:
- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage I en die bestanddelen zijn van een ander levensmiddel, mogen enkel met de naam van deze categorie worden vermeld.
De lijst van categorieën in bijlage I kan volgens de procedure van artikel 20, lid 2, worden gewijzigd.
De in bijlage I opgenomen benaming "zetmeel" moet echter altijd worden aangevuld met een aanduiding van de specifieke plantaardige oorsprong, als dat ingrediënt gluten kan bevatten;
- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage II, moeten worden aangeduid met de naam van die categorie, gevolgd door hun specifieke naam of EG-nummer; ingeval een ingrediënt tot meer dan één categorie behoort, wordt de categorie vermeld die past bij de voornaamste functie in het betrokken levensmiddel.
Wijzigingen in deze bijlage op grond van vooruitgang in de wetenschappelijke en technische kennis worden volgens de procedure van artikel 20, lid 2, vastgesteld.
De in bijlage II opgenomen benaming "gemodificeerd zetmeel" moet echter altijd worden aangevuld met een aanduiding van de specifieke plantaardige oorsprong, wanneer dat ingrediënt gluten kan bevatten;
- aroma's worden aangeduid overeenkomstig bijlage III;
- specifieke communautaire voorschriften inzake de vermelding van de behandeling van een ingrediënt met ioniserende stralen worden in een later stadium overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag vastgesteld.
7. In de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, in de nationale voorschriften, kan voor sommige levensmiddelen worden bepaald dat hun verkoopbenaming vergezeld moet gaan van de vermedling van één of meer bepaalde ingrediënten.
De procedure van artikel 19 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften.
De in dit lid bedoelde communautaire voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.
8. Een samengesteld ingrediënt mag, indien het een eigen benaming heeft die wettelijk erkend of algemeen bekend is, in de gevallen bedoeld in lid 4, onder b), naar zijn totale gewichtspercentage in de lijst van ingrediënten worden opgenomen, mits direct daarachter de ingrediënten van dat ingrediënt worden vermeld.
De lijst van de bestanddelen behoeft echter niet te worden opgegeven voor:
a) samengestelde ingrediënten die voor minder dan 25 % in het eindproduct aanwezig zijn; behoudens lid 4, onder c), geldt deze bepaling echter niet voor de additieven;
b) samengestelde ingrediënten die een levensmiddel vormen waarvoor de lijst van ingrediënten door de communautaire voorschriften niet wordt vereist.
9. In afwijking van lid 5 behoeft water niet te worden vermeld:
a) indien het tijdens de bereiding alleen wordt gebruikt om een ingrediënt dat in geconcentreerde gedehydrateerde vorm is gebruikt, weer in oorspronkelijke staat te brengen,
b) bij een opgietvloeistof die gewoonlijk niet wordt geconsumeerd.