Art. 40 Richtlijn 2000/12/EG, Algemene beginselen
1. De solvabiliteitsratio drukt de verhouding uit tussen het eigen vermogen, zoals omschreven in artikel 41, en het totaal van de naar risicograad gewogen activa en posten buiten de balanstelling als omschreven in artikel 42.
2. De solvabiliteitsratio van kredietinstellingen die geen moederonderneming in de zin van artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG zijn en evenmin een dochteronderneming daarvan, wordt op individuele basis berekend.
3. De solvabiliteitsratio van kredietinstellingen die moederonderneming zijn, wordt berekend op geconsolideerde basis overeenkomstig de methoden omschreven in deze richtlijn en in Richtlijn 86/635/EEG.
4. De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de vergunning van en het toezicht op de moederonderneming die een kredietinstelling is, mogen ook van haar en van elke dochteronderneming daarvan die onder hun vergunning en toezicht valt, eisen dat een ratio op basis van een deelconsolidatie of een niet-geconsolideerde ratio wordt berekend. Indien er niet zo'n controle op de passende verdeling van het kapitaal binnen de bankengroep wordt toegepast, moeten er andere maatregelen worden genomen om dat doel te bereiken.
5. Onverminderd de in de leden 2, 3 en 4 en in artikel 52, leden 8 en 9, omschreven verplichtingen van de kredietinstellingen dragen de bevoegde autoriteiten er zorg voor dat de ratio's ten minste tweemaal per jaar worden berekend, ofwel door de kredietinstelling zelf, die de resultaten en alle gevraagde desbetreffende gegevens aan de bevoegde autoriteiten verstrekt, ofwel door de bevoegde autoriteiten die gebruikmaken van de door de kredietinstellingen verstrekte gegevens.
6. De waardering van activa en van posten buiten de balanstelling geschiedt overeenkomstig Richtlijn 86/635/EEG.