Art. 25 Richtlijn 2000/12/EG, Samenwerking inzake controle op geconsolideerde basis met de bevoegde autoriteiten van derde landen

Richtlijn 2000/12/EG

1. De Commissie kan op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief aan de Raad voorstellen doen voor onderhandelingen over overeenkomsten met één of meer derde landen met het oog op afspraken over de toepassing van toezicht op geconsolideerde basis:

- op kredietinstellingen waarvan de moederonderneming haar zetel in een derde land heeft

en

- op kredietinstellingen die in een derde land gelegen zijn en waarvan de moederonderneming een kredietinstelling of financiële holding met zetel in de Gemeenschap is.

2. De in lid 1 bedoelde overeenkomsten hebben met name ten doel te waarborgen dat:

- enerzijds de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de inlichtingen verkrijgen die nodig zijn voor het toezicht, op grond van de geconsolideerde financiële positie, op een kredietinstelling of op een financiële holding die in de Gemeenschap gelegen is en die als dochteronderneming een kredietinstelling of een financiële instelling heeft die buiten de Gemeenschap gelegen is, of die in zulke instellingen een deelneming heeft;

- anderzijds de bevoegde autoriteiten van derde landen de inlichtingen verkrijgen die nodig zijn voor het toezicht op moederondernemingen met zetel op hun grondgebied die als dochteronderneming een kredietinstelling of een financiële instelling hebben die gelegen is in één of meer lidstaten, of die in zulke instellingen deelnemingen hebben.

3. De Commissie onderzoekt met het Raadgevend Comité voor het bankwezen, het resultaat van de in lid 1 genoemde onderhandelingen en de daaruit voortvloeiende situatie.