Art. 7 Richtlijn 2000/9/EG

Richtlijn 2000/9/EG

1. De lidstaten gaan ervan uit dat de in artikel 4, lid 2, bedoelde veiligheidscomponenten die zijn voorzien van een CE-markering van overeenstemming volgens het model van bijlage IX en van een EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in bijlage IV, in overeenstemming zijn met alle bepalingen van deze richtlijn.

2. Voordat een veiligheidscomponent in de handel wordt gebracht, moet de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde

a) de veiligheidscomponent onderwerpen aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure volgens bijlage V, en

b) de CE-markering van overeenstemming op de veiligheidscomponent aanbrengen en een EG-verklaring van overeenstemming volgens bijlage IV opstellen op basis van de modules van Besluit 93/465/EEG.

3. De overeenstemmingsbeoordelingsprocedure voor een veiligheidscomponent wordt op verzoek van de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde uitgevoerd door de in artikel 16 bedoelde aangemelde instantie die hij daartoe heeft gekozen.

4. Ingeval de veiligheidscomponenten onderworpen zijn aan andere richtlijnen die op andere aspecten betrekking hebben en die voorzien in het aanbrengen van een CE-markering van overeenstemming, dan geeft deze markering aan dat de veiligheidscomponenten geacht worden in overeenstemming te zijn met de eisen van die andere richtlijnen.

5. Indien noch de fabrikant noch diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde aan de verplichtingen van de leden 1 tot en met 4 heeft voldaan, rusten deze verplichtingen op eenieder die de veiligheidscomponent in de Gemeenschap in de handel brengt. Dezelfde verplichtingen gelden voor degene die veiligheidscomponenten voor eigen gebruik vervaardigt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen