Art. 5 Richtlijn 2000/9/EG
1. De lidstaten nemen alle vereiste maatregelen opdat de veiligheidscomponenten:
- alleen in de handel worden gebracht indien zij de uitvoering mogelijk maken van installaties die aan de in artikel 3, lid 1, bedoelde essentiële eisen voldoen;
- alleen in bedrijf worden genomen indien zij de uitvoering mogelijk maken van installaties die, zolang zij naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden en volgens hun bestemming worden gebruikt, geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van personen en eventueel de veiligheid van goederen.
2. De bepalingen van deze richtlijn doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om met eerbiediging van het Verdrag de eisen voor te schrijven die zij bij het gebruik van de betreffende installaties noodzakelijk achten voor de bescherming van personen, inzonderheid van personeel, voorzover deze voorschriften geen wijzigingen van deze installaties ten opzichte van de bepalingen van deze richtlijn inhouden.