Art. 35 Verordening (EG) nr. 2342/1999, Aanvraag
Verordening (EG) nr. 2342/1999
1. De steunaanvraag "dieren" moet alle voor de betaling van de slachtpremie noodzakelijke gegevens bevatten, met name de geboortedatum van het dier voor de na 1 januari 1998 geboren dieren.
De steunaanvraag "dieren" moet worden ingediend binnen een door de lidstaat vast te stellen termijn die niet langer kan zijn dan zes maanden na het slachten van het dier of, in geval van uitvoer, na de datum waarop het dier het douanegebied van de Gemeenschap verlaat, en uiterlijk eind februari van het volgende jaar moet eindigen behalve wanneer zich bij uitvoer of verzending een uitzonderingsgeval voordoet, waarover de betrokken lidstaat dient te beslissen.
De lidstaten mogen toestaan dat de aanvraag wordt ingediend door een andere persoon dan de producent. In dat geval moeten in de aanvraag de naam en het adres zijn vermeld van de producent die voor de premie in aanmerking kan komen.
Behalve de gegevens die op grond van de voorschriften in het kader van het geïntegreerd systeem moeten worden verstrekt, dient iedere aanvraag te bevatten:
a) in geval van toekenning bij het slachten, een verklaring van het slachthuis of een door het slachthuis opgesteld of geviseerd document met ten minste de volgende gegevens:
i) naam en adres van het slachthuis (of een gelijkwaardige code),
ii) datum van de slacht, identificatienummers en slachtnummers van de dieren,
iii) voor kalveren, het geslacht gewicht (behalve bij toepassing van artikel 36, lid 4);
b) in geval van uitvoer naar een derde land:
i) naam en adres van de exporteur (of een gelijkwaardige code),
ii) identificatienummers van de dieren,
iii) de aangifte van uitvoer, met vermelding van de leeftijd voor de na 1 januari 1998 geboren dieren en, voor kalveren, behalve bij toepassing van artikel 36, lid 4, het levend gewicht, dat niet meer dan 290 kilogram mag bedragen,
iv) het bewijs dat het dier het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, te leveren op dezelfde wijze als voor de uitvoerrestituties.
De lidstaat kan evenwel bepalen dat de onder a) en b) bedoelde gegevens worden verstrekt door een of meer door de lidstaat erkende organen en dat dit met name per computer mag gebeuren.
De lidstaat controleert geregeld en onverwachts de juistheid van de afgegeven verklaringen of documenten en, in voorkomend geval, van de in de vijfde alinea bedoelde gegevens.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, kunnen lidstaten die beschikken over een gegevensbestand als bedoeld in artikel 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 820/97, bepalen dat de door de slachthuizen aan de bevoegde autoriteit verstrekte gegevens betreffende de slacht van de dieren van een bepaalde producent als aanvraag voor een slachtpremie namens deze producent worden beschouwd, voorzover dit gegevensbestand naar het oordeel van de lidstaat voldoende garanties biedt ten aanzien van de juistheid van de gegevens ervan voor de toepassing van de slachtpremieregeling en in voorkomend geval voor de betaling van de speciale premie bij het slachten en/of de uitkering van de extra betalingen indien deze bij het slachten worden uitgekeerd en/of de betaling van de seizoencorrectiepremie.
De lidstaat kan evenwel bepalen dat een aanvraag vereist is. In dat geval kan hij voorschrijven van welke soorten gegevens de aanvraag vergezeld moet gaan.
De lidstaten die besluiten het bepaalde in dit lid toe te passen, stellen de Commissie daarvan vóór 1 januari 2000 in kennis. Latere wijzigingen worden vóór de tenuitvoerlegging ervan aan de Commissie gemeld.
De lidstaten vergewissen zich ervan dat de gegevens die het betaalorgaan ter beschikking worden gesteld alle gegevens bevatten die nodig zijn voor de betaling, met name:
a) de categorieën en hoeveelheden dieren als bedoeld in artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 die in de loop van het betrokken jaar zijn geslacht;
b) de gegevens betreffende de inachtneming van de in dat artikel bedoelde voorwaarden met betrekking tot leeftijd en geslacht gewicht van de dieren en van de in artikel 37 bedoelde aanhoudperiode;
c) in voorkomend geval, de gegevens die nodig zijn voor de betaling van de speciale premie bij het slachten en/of de uitkering van de extra betalingen indien deze bij het slachten worden uitgekeerd en/of de betaling van de seizoencorrectiepremie.
3. Voor dieren waarvoor een intracommunautaire handelstransactie heeft plaatsgevonden na de in artikel 37 bedoelde aanhoudperiode moet het slachthuis het in lid 1, vierde alinea, onder a), bedoelde document opstellen, zelfs wanneer de lidstaat waar de slacht plaatsvindt de in lid 2 bepaalde afwijking toepast.
Wanneer de informaticasystemen voor de uitwisseling van gegevens compatibel zijn, kunnen twee lidstaten evenwel onderling overeenkomen het in lid 2 beschreven systeem toe te passen.
De lidstaten verlenen elkaar wederzijds bijstand met het oog op een doeltreffende controle op de authenticiteit van de verstrekte documenten en/of de juistheid van de uitgewisselde gegevens. Hiertoe verstrekt de lidstaat van betaling de lidstaat van slachting regelmatig een overzicht, per slachthuis, van de uit deze laatste lidstaat ontvangen slachtverklaringen (of de gegevens ter vervanging daarvan).
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 5 juli 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU3156
- CBb 15 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3274
- CBb 4 maart 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM2583
- CBb 20 oktober 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ1507
- CBb 24 augustus 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AU1977
- CBb 8 december 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AS5307
- CBb 8 december 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AS5305
- CBb 3 november 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AR5344
- CBb 17 september 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AN1241
- CBb 12 september 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AM7774
- CBb 20 augustus 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AL8116