Art. 17 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Het referentieniveau voor de berekening van de gederfde inkomsten en de met de verbintenis gemoeide extra kosten wordt gevormd door de gebruikelijke goede landbouwmethoden in het betrokken gebied waarvoor de maatregel geldt.
Waar de agronomische of milieuomstandigheden zulks rechtvaardigen, kan met de economische gevolgen van het ongebruikt laten van grond of het beëindigen van de toepassing van bepaalde landbouwmethoden rekening worden gehouden.
2. Behoudens in het geval van steun voor het fokken van met uitsterving bedreigde landbouwhuisdieren, die per grootvee-eenheid of per gefokt dier kan worden betaald, mogen geen betalingen per productie-eenheid worden gedaan. Daar waar verbintenissen normalerwijze in andere eenheden dan oppervlakte worden gemeten, kunnen de lidstaten de betalingen op basis van die eenheden berekenen.
De lidstaten dragen ervoor zorg dat de voor communautaire steun in aanmerking komende, in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 genoemde maximumbedragen per jaar in acht worden genomen. Daartoe kunnen de lidstaten:
a) een maximum vaststellen voor het aantal eenheden per hectare van het bedrijf waarvoor verbintenissen op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw gelden,
of
b) voor elk deelnemend bedrijf het maximale totaalbedrag bepalen en ervoor zorgen dat de betalingen voor elk bedrijf dit maximum eerbiedigen.
3. De betalingen kunnen slechts op beperkingen op het gebruik van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of andere productiemiddelen worden gebaseerd indien die beperkingen technisch en economisch meetbaar zijn.