Art. 12 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
Een verbintenis om veehouderij te extensiveren of anderszins te beheren, beantwoordt aan ten minste de volgende voorwaarden:
a) het graslandbeheer wordt voortgezet,
b) het veebestand dient zodanig over het bedrijf te worden gespreid dat de volledige beweide oppervlakte wordt onderhouden, waarmee overbeweiding en onderbenutting worden voorkomen,
en
c) er wordt een veedichtheid bepaald waarbij rekening wordt gehouden met alle grazers van het veebestand die op het bedrijf worden gehouden, dan wel, in het geval van tot beperking van de uitspoeling van nutriënten strekkende verbintenissen, met het gehele, voor de betrokken verbintenis relevante veebestand dat op het bedrijf wordt gehouden.