Art. 20 Verordening (EG) nr. 1750/1999

Verordening (EG) nr. 1750/1999

1. De lidstaten kunnen gedurende de looptijd van de verbintenissen omzetting van een verbintenis in een andere verbintenis toestaan op voorwaarde dat:

a) die omzetting onomstotelijk het milieu ten goede komt,

b) de bestaande verbintenis aanmerkelijk wordt versterkt

en

c) de betrokken verbintenissen deel uitmaken van het goedgekeurde programma.

Op de in de eerste alinea, onder a) en b), genoemde voorwaarden kan een omzetting van een verbintenis op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw in een verbintenis tot bebossing van landbouwgrond overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 worden toegestaan. De verbintenis in het raam van milieumaatregelen in de landbouw wordt beëindigd zonder dat terugbetaling wordt verlangd.

2. De lidstaten kunnen de mogelijkheid bieden verbintenissen tijdens de looptijd ervan aan te passen mits:

a) het goedgekeurde programma voor een dergelijke aanpassing ruimte biedt

en

b) de betrokken aanpassing in het licht van de doelstellingen van de verbintenis naar behoren met redenen is omkleed.