Art. 15 Verordening (EG) nr. 1257/1999
Verordening (EG) nr. 1257/1999
1. De compenserende vergoedingen worden vastgesteld op een niveau:
- dat toereikend is om doeltreffend aan een compensatie voor bestaande belemmeringen bij te dragen, en
- waarbij overcompensatie wordt voorkomen.
2. De compenserende vergoedingen worden op passende wijze gedifferentieerd met inachtneming van:
- de situatie en ontwikkelingsdoelstellingen die voor een regio kenmerkend zijn,
- de ernst van welke permanente natuurlijke belemmering voor landbouwactiviteiten dan ook,
- de specifieke milieuproblemen die in voorkomend geval moeten worden opgelost,
- het type productie op en in voorkomend geval de economische structuur van de bedrijven.
3. De compenserende vergoedingen worden vastgesteld op een niveau tussen het minimumbedrag en het maximumbedrag die in de bijlage zijn vastgesteld.
Compenserende vergoedingen die hoger zijn dan het maximumbedrag, mogen worden toegekend op voorwaarde dat het gemiddelde van alle op het betreffende programmeringsniveau toegekende compenserende vergoedingen dit maximumbedrag niet overschrijdt. In deugdelijk gemotiveerde objectieve omstandigheden mogen de lidstaten voor de berekening van het gemiddelde bedrag een combinatie van regionale programma's voorleggen.