Art. 18 Verordening (EG) nr. 1257/1999
Verordening (EG) nr. 1257/1999
1. Bergstreken zijn gebieden die worden gekenmerkt door in aanzienlijke mate beperkte mogelijkheden voor grondgebruik en veel hogere kosten van werkzaamheden als gevolg van:
- hetzij met de hoogteligging samenhangende zeer ongunstige klimatologische omstandigheden die de groeiperiode sterk bekorten,
- hetzij, op geringere hoogte, over het grootste gedeelte van de betrokken oppervlakte voorkomende hellingen die te steil zijn om er machines te kunnen gebruiken of die het gebruik van zeer duur speciaal materieel vereisen,
- hetzij een combinatie van deze twee factoren als elke factor afzonderlijk een minder groot nadeel oplevert, maar de combinatie een nadeel van vergelijkbare omvang veroorzaakt.
2. Gebieden ten noorden van 62° noorderbreedte en sommige aangrenzende gebieden worden op dezelfde wijze als bergstreken behandeld.