Art. 11 Verordening (EG) nr. 1257/1999
Verordening (EG) nr. 1257/1999
1. Een cedent:
- beëindigt definitief alle commerciële landbouwactiviteiten, maar mag doorgaan met niet-commerciële landbouw en verder de beschikking hebben over de gebouwen,
- is op het tijdstip van de overdracht ten minste 55 jaar oud zonder evenwel de normale pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt, en
- heeft in de aan de overdracht voorafgaande tien jaar de landbouw beoefend.
2. Een overnemer-landbouwer:
- volgt de cedent aan het hoofd van het landbouwbedrijf op of neemt de vrijgekomen grond geheel of gedeeltelijk over. De economische levensvatbaarheid van het bedrijf van de overnemer moet worden verbeterd binnen een termijn en met inachtneming van voorwaarden die nog moeten worden bepaald en die in het bijzonder betrekking hebben op de vakbekwaamheid en deskundigheid van de overnemer, de oppervlakte en de hoeveelheid werk of het inkomen, overeenkomstig de regio en het productietype,
- beschikt over voldoende vakbekwaamheid en deskundigheid, en
- verbindt zich ertoe om op het landbouwbedrijf gedurende ten minste vijf jaar de landbouw te beoefenen.
3. Een werknemer:
- beëindigt definitief alle werkzaamheden op landbouwbedrijven,
- is ten minste 55 jaar oud zonder evenwel de normale pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt,
- heeft in de voorafgaande vijf jaar ten minste de helft van zijn arbeidstijd als meewerkend gezinslid of werknemer in de landbouw aan werkzaamheden op landbouwbedrijven besteed,
- heeft in de vier jaar vóór de vervroegde uittreding van de cedent ten minste het equivalent van twee voltijdjaren op diens landbouwbedrijf gewerkt en
- valt onder een socialezekerheidsstelsel.
4. Een overnemer-niet-landbouwer kan elke andere persoon of instelling zijn die vrijgekomen grond voor niet-agrarische doeleinden, zoals bosbouw of de aanleg van ecologische reservaten, gebruikt op een wijze die verenigbaar is met de bescherming of verbetering van de kwaliteit van milieu en natuur.
5. De in dit artikel vastgestelde voorwaarden worden toegepast gedurende de gehele periode waarin de cedent steun voor vervroegde uittreding ontvangt.