Art. 29 Verordening (EG) nr. 1254/1999

Verordening (EG) nr. 1254/1999

1. Voor alle invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a), bedoelde producten moet een invoercertificaat worden overgelegd.

Voor alle invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder b), bedoelde producten en voor alle uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde producten kan een invoer- of uitvoercertificaat verplicht worden gesteld.

Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 32 en 33, door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Het invoer- of uitvoercertificaat is geldig in de hele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; behoudens in geval van overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd als de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd.

2. De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast volgens de procedure van artikel 43. Zij kunnen met name betrekking hebben op:

a) de geldigheidsduur van de certificaten;

b) de lijst met producten waarvoor invoer- of uitvoercertificaten zijn vereist op grond van lid 1, tweede alinea.