Art. 8 Richtlijn 1999/74/EG
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteit inspecties uitvoert om te verzekeren dat deze richtlijn wordt nageleefd. Deze inspecties kunnen ook plaatsvinden in het kader van voor andere doeleinden uitgevoerde controles.
2. Vanaf een volgens de in artikel 11 bedoelde procedure vast te stellen datum dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over de in lid 1 bedoelde inspecties. De Commissie legt een samenvatting van deze verslagen voor aan het Permanent Veterinair Comité.
3. Vóór 1 januari 2002 stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 11 bepalingen voor ter harmonisatie van:
a) de in lid 1 bedoelde inspecties;
b) de vorm, de inhoud en de frequentie van de overeenkomstig lid 2 in te dienen verslagen.