Art. 11 Richtlijn 1999/74/EG
1. In de gevallen waarin naar de in dit artikel omschreven procedure wordt verwezen, leidt de voorzitter van het bij Besluit 68/361/EEG(6) ingestelde Permanent Veterinair Comité, hierna "comité" te noemen, deze procedure op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat onmiddellijk bij dit comité in.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid die in artikel 205, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten gewogen overeenkomstig dat artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
3. a) De Commissie stelt de maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.
b) Indien de maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel voor de te nemen maatregelen in. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Indien de Raad binnen drie maanden na de indiening van het voorstel geen besluit heeft genomen, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en past zij deze onverwijld toe, behalve wanneer de Raad zich met gewone meerderheid van stemmen tegen die maatregelen heeft uitgesproken.