Art. 7 Richtlijn 1999/62/EG

Richtlijn 1999/62/EG

1. De lidstaten mogen tolgelden en/of gebruiksrechten handhaven of invoeren, mits aan de in de leden 2 tot en met 10 gestelde voorwaarden is voldaan.

2. a) Tolgelden en gebruiksrechten worden slechts geheven voor het gebruik van autosnelwegen of andere met autosnelwegen vergelijkbare meerbaanswegen, en voor het gebruik van bruggen, tunnels en bergpaswegen.

In lidstaten zonder algemeen net van autosnelwegen of tweebaanswegen (met gescheiden rijbanen) met soortgelijke kenmerken mogen tolgelden en gebruiksrechten worden geheven voor het gebruik van de vanuit technisch oogpunt hoogste wegencategorie in die lidstaat.

b) Na raadpleging van de Commissie en volgens de procedure van de beschikking van de Raad van 21 maart 1962 houdende vaststelling van een procedure voor het voorafgaande onderzoek en overleg omtrent bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke door de lidstaten op het gebied van vervoer worden overwogen(12),

i) mogen tolgelden en gebruiksrechten eveneens worden geheven voor het gebruik van andere delen van het hoofdwegennet, met name

- op grond van veiligheidsoverwegingen;

- in een lidstaat waar in het grootste deel van het land geen aaneensluitend net van autosnelwegen of tweebaanswegen (met gescheiden rijbanen) met soortgelijke kenmerken bestaat, in dat deel van het land waar dit ontbreekt, maar slechts op wegen die gebruikt worden voor internationaal en interregionaal vrachtvervoer, mits de aanleg van autosnelwegen of tweebaanswegen (gescheiden rijbanen) met soortgelijke kenmerken vanuit economisch oogpunt niet gerechtvaardigd is gezien het verkeersaanbod en de bevolkingsdichtheid;

ii) kunnen door de betrokken lidstaten speciale regelingen voor grensgebieden worden getroffen;

iii) mag Oostenrijk het autosnelwegtraject tussen Kufstein en Brenner vrijstellen van het Oostenrijkse gebruiksrecht.

3. Tolgelden en gebruiksrechten mogen niet beide tegelijkertijd voor het gebruik van hetzelfde traject worden geheven; de lidstaten mogen evenwel ook tolgelden heffen voor het gebruik van bruggen, tunnels en bergpassen die deel uitmaken van wegennetten waarover gebruiksrechten worden geheven.

4. De gebruiksrechten en tolgelden worden geheven zonder directe of indirecte discriminatie op grond van de nationaliteit van de vervoersonderneming of van de herkomst of de bestemming van het voertuig.

5. Tolgelden en gebruiksrechten worden zodanig geheven en geïnd en de betaling ervan zodanig gecontroleerd dat de doorstroming van het verkeer zo min mogelijk wordt gehinderd en iedere verplichte verificatie of controle aan de binnengrenzen van de Gemeenschap wordt voorkomen. Hiertoe werken de lidstaten samen methodes uit om vervoersondernemingen in staat te stellen ten minste op de belangrijkste handelsknooppunten 24 uur per etmaal, met gebruikmaking van alle gangbare betaalmiddelen, binnen en buiten de lidstaten waar deze worden toegepast, hun gebruiksrechten te voldoen. De lidstaten zullen op de punten waar de tolgelden en gebruiksrechten worden geïnd toereikende faciliteiten verschaffen, opdat het normale veiligheidsniveau op de weg gehandhaafd blijft.

6. Een lidstaat kan bepalen dat voor de op zijn grondgebied geregistreerde voertuigen gebruiksrechten gelden voor zijn gehele wegennet.

7. De betrokken lidstaten stellen voor alle voertuigcategorieën de gebruiksrechten met inbegrip van administratieve kosten vast, op een tarief dat de in bijlage II vastgestelde maximumtarieven niet overschrijdt.

Deze maxima worden om de twee jaar opnieuw bezien, de eerste maal op 1 juli 2002. Voor zover nodig zal de Commissie voorstellen voor dienstige aanpassingen doen, die vervolgens door het Europees Parlement en de Raad, onder de in het Verdrag aangegeven voorwaarden, worden vastgesteld.

Lidstaten die gebruiksrechten heffen, passen tot twee jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn een verlaging van 50 % van het tarief van de gebruiksrechten toe voor voertuigen die geregistreerd zijn in Griekenland, dit wegens de geopolitieke situatie van dat land. De Commissie kan deze lidstaten toestemming verlenen deze verlaging van jaar tot jaar te verlengen.

8. Het tarief van de gebruiksrechten is evenredig met de duur van het gebruik van de betrokken infrastructuurvoorzieningen.

Voor op zijn grondgebied geregistreerde voertuigen mag een lidstaat uitsluitend jaartarieven hanteren.

9. De gewogen gemiddelde toltarieven moeten gerelateerd zijn aan de kosten voor de aanleg, de exploitatie en de uitbreiding van het betrokken infrastructuurnet.

10. Onverminderd de gewogen gemiddelde toltarieven, bedoeld in lid 9, kunnen de lidstaten de toltarieven afhankelijk stellen van:

a) de categorieën voertuigenemissies, mits geen toltarief meer dan 50 % hoger is dan het tarief voor gelijkwaardige voertuigen die aan de strengste emissienormen voldoen;

b) het tijdstip, mits geen toltarief meer dan 100 % hoger is dan het tarief dat tijdens de goedkoopste periode overdag wordt toegepast.

Variaties in de toltarieven met betrekking tot de categorieën voertuigenemissies of het tijdstip moeten in verhouding staan tot het nagestreefde doel.