Art. 8 Richtlijn 1999/62/EG
1. Twee of meer lidstaten kunnen samenwerken bij de invoering van een gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten op hun grondgebied. De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie nauw betrokken wordt bij deze werkzaamheden, alsmede bij de latere werking en de eventuele wijziging van dit stelsel.
2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 gelden voor een dergelijk gemeenschappelijk stelsel de volgende bepalingen:
a) de deelnemende lidstaten stellen de gemeenschappelijke gebruiksrechten vast op niveaus die niet hoger liggen dan de in artikel 7, lid 7, genoemde maximumtarieven;
b) de betaling van het gemeenschappelijke gebruiksrecht geeft toegang tot het door elke deelnemende lidstaat in overeenstemming met artikel 7, lid 2, vastgestelde wegennet;
c) andere lidstaten kunnen zich bij het gemeenschappelijke stelsel aansluiten;
d) de deelnemende lidstaten werken een verdeelsleutel uit, die elk van hen een billijk aandeel in de inkomsten uit het gebruiksrecht biedt.