Art. 2 Richtlijn 1999/36/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "vervoerbare drukapparatuur":
- alle recipiënten (flessen, cilinders, drukvaten, cryogene recipiënten, flessenbatterijen als omschreven in bijlage A bij Richtlijn 94/55/EG),
- alle tanks, waaronder afneembare tanks, tankcontainers (mobiele tanks), tanks van tankwagons, tanks of recipiënten van batterijvoertuigen of batterijwagons, tanks van tankwagens,
die gebruikt worden voor het vervoer van gassen van klasse 2 van de bijlagen bij de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG en voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen van andere, in bijlage VI genoemde klassen, met inbegrip van kranen en ander toebehoren, gebruikt voor het vervoer.
Apparatuur waarop de algemene vrijstellingsbepalingen voor kleine hoeveelheden en voor de bijzondere gevallen, genoemd in bijlage A bij Richtlijn 94/55/EG en in de bijlage bij Richtlijn 96/49/EG, van toepassing zijn, alsmede aërosolen (UN-nummer 1950) en gasflessen voor ademhalingstoestellen vallen niet onder deze definitie;
2. "markering": het in artikel 10 voorgeschreven symbool;
3. "overeenstemmingsbeoordelingsprocedures": de in bijlage IV, deel I, beschreven procedures;
4. "hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling": de procedure die ertoe strekt om a posteriori, op verzoek van de eigenaar, zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde of de houder, te beoordelen of de reeds bestaande vervoerbare drukapparatuur die vóór 1 juli 2001 of, in het geval van artikel 18, binnen twee jaar na die datum in bedrijf is gesteld, in overeenstemming is met de passende bepalingen van de bijlagen bij de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG;
5. "aangemelde instantie": een keuringsinstantie die door de nationale bevoegde autoriteit van een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 8, en die voldoet aan de criteria van de bijlagen I en II;
6. "erkende instantie": een keuringsinstantie die door de nationale bevoegde autoriteit van een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 9 en die voldoet aan de criteria van de bijlagen I en III.