Art. 1 Richtlijn 1999/36/EG, Toepassingsgebied
1. Deze richtlijn heeft tot doel de veiligheid van vervoerbare drukapparatuur die voor binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en per spoor is goedgekeurd, te verbeteren en het vrije verkeer van deze apparatuur in de Gemeenschap, met inbegrip van het in de handel brengen en herhaaldelijk in bedrijf stellen en gebruiken ervan, te waarborgen.
2. Deze richtlijn is van toepassing:
a) wat het in de handel brengen betreft, op nieuwe vervoerbare drukapparatuur als omschreven in artikel 2;
b) wat de hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling betreft, op bestaande vervoerbare drukapparatuur als omschreven in artikel 2 die voldoet aan de technische voorschriften van de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG;
c) wat het herhaaldelijk gebruiken en de periodieke keuring betreft:
- op de onder a) en b) bedoelde vervoerbare drukapparatuur,
- op bestaande gasflessen die voorzien zijn van de markering van overeenstemming die is bepaald bij de Richtlijnen 84/525/EEG, 84/526/EEG en 84/527/EEG.
3. Vervoerbare drukapparatuur die vóór 1 juli 2001 of, in het geval van artikel 18, binnen twee jaar na die datum in de handel is gebracht en die niet opnieuw beoordeeld is op conformiteit met de voorschriften van de Richtlijnen 94/55/EG en 96/49/EG, valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn.
4. Vervoerbare drukapparatuur die uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van gevaarlijke goederen tussen het grondgebied van de Gemeenschap en het grondgebied van derde landen overeenkomstig artikel 6, lid 1, en artikel 7 van Richtlijn 94/55/EG of overeenkomstig artikel 6, lid 1, en artikel 7, leden 1 en 2, van Richtlijn 96/49/EG, valt niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn.