Art. 2 Richtlijn 1999/5/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "apparatuur": alle apparatuur die als radioapparatuur of telecommunicatie-eindapparatuur of als beide fungeert;
b) "telecommunicatie-eindapparatuur": een product dat communicatie mogelijk maakt, of een relevant onderdeel daarvan, dat bedoeld is voor directe of indirecte aansluiting op welke wijze ook op interfaces van openbare telecommunicatienetten (d.w.z. telecommunicatienetten die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor het verstrekken van algemeen beschikbare telecommunicatiediensten);
c) "radioapparatuur": een product of een relevant onderdeel daarvan dat geschikt is voor telecommunicatie door uitzending en/of ontvangst van radiogolven waarbij gebruik wordt gemaakt van het aan aarde/ruimtecommunicatie toegewezen spectrum;
d) "radiogolven": elektromagnetische golven met frequenties van 9 kHz tot 3000 GHz, die zich op natuurlijke wijze in de ruimte voortplanten;
e) "interface":
i) een netwerkaansluitpunt dat een fysiek verbindingspunt is waar een gebruiker toegang heeft tot een openbaar telecommunicatienet, en/of
ii) een etherinterface waarin het radiopad tussen radioapparatuur is vastgelegd,
en hun technische specificaties;
f) "apparatuurcategorie": een categorie van bepaalde in deze richtlijn als gelijksoortig beschouwde soorten apparatuur en de interfaces waarvoor de apparatuur is ontworpen. Apparaten kunnen tot meer dan één apparatuurcategorie behoren;
g) "technisch constructiedossier": een dossier waarin het apparaat beschreven wordt en dat tekst en uitleg geeft over de wijze waarop de toepasselijke essentiële eisen zijn toegepast;
h) "geharmoniseerde norm": een door een erkende normalisatie-instelling, in opdracht van de Commissie en in overeenstemming met de procedures van Richtlijn 98/34/EG goedgekeurde technische specificatie, met het doel een niet-dwingend Europees vereiste vast te stellen;
i) "schadelijke interferentie": interferentie die het functioneren van een radionavigatiedienst of van andere veiligheidsdiensten in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de van toepassing zijnde communautaire of nationale voorschriften werkende radiocommunicatiedienst op een andere wijze ernstig doet achteruitgaan, hindert of herhaaldelijk onderbreekt.