Art. 16 Richtlijn 1999/5/EG, Derde landen
1. De lidstaten kunnen de Commissie in kennis stellen van eventuele moeilijkheden van algemene aard die ondernemingen uit de Gemeenschap de jure of de facto bij het op de markt brengen van apparatuur in derde landen hebben ondervonden en die onder hun aandacht zijn gebracht.
2. Wanneer de Commissie van dergelijke moeilijkheden in kennis wordt gesteld, kan zij de Raad zo nodig voorstellen voorleggen voor een passend mandaat met het oog op onderhandelingen over vergelijkbare rechten voor ondernemingen uit de Gemeenschap in die derde landen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
3. Overeenkomstig lid 2 getroffen maatregelen laten de op de Gemeenschap en de lidstaten krachtens de toepasselijke internationale overeenkomsten rustende verplichtingen onverlet.