Art. 18 Richtlijn 1999/5/EG, Overgangsbepalingen

Richtlijn 1999/5/EG

1. De normen krachtens Richtlijn 73/23/EEG of Richtlijn 89/336/EEG, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen zijn bekendgemaakt, kunnen als basis voor een vermoeden van overeenstemming met de in artikel 3, lid 1, onder a) en b), genoemde essentiële eisen worden gebruikt. De krachtens Richtlijn 98/13/EG vastgestelde gemeenschappelijke technische voorschriften, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen zijn bekendgemaakt, kunnen als basis voor een vermoeden van overeenstemming met de overige essentiële eisen van artikel 3 worden gebruikt. Zodra deze richtlijn in werking treedt, maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen een lijst met referenties van deze normen bekend.

2. De lidstaten mogen het op de markt brengen en in bedrijf stellen van apparatuur die voldoet aan Richtlijn 98/13/EG, dan wel aan de op hun grondgebied geldende voorschriften, en die voor het eerst op de markt is gebracht vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn of uiterlijk twee jaar daarna, niet belemmeren.

3. Naast de essentiële eisen van artikel 3, lid 1, kunnen de lidstaten erom verzoeken de eis dat telecommunicatie-eindapparatuur geen onaanvaardbare achteruitgang tot gevolg mag hebben van een spraaktelefoondienst welke toegankelijk is in het kader van de universele dienst als gedefinieerd in Richtlijn 98/10/EG, gedurende maximaal 30 maanden volgende op de in de eerste zin van artikel 19, lid 1, genoemde datum en in overeenstemming met de Verdragsbepalingen, te mogen handhaven.

De lidstaat deelt de Commissie mee waarom hij verzoekt om handhaving van deze eis, vanaf wanneer deze eis voor de betrokken dienst niet meer noodzakelijk is en welke maatregelen beoogd worden om aan deze termijn te voldoen. De Commissie beoordeelt dit verzoek en houdt daarbij rekening met de bijzondere situatie in de lidstaat en de noodzaak om een coherente regelgeving op communautair niveau te waarborgen; zij deelt de lidstaat mee of de bijzondere situatie in die lidstaat, naar haar oordeel, handhaving rechtvaardigt en, zo ja, tot welke datum.