Art. 2 Richtlijn 1999/4/EG
Richtlijn 79/112/EEG is van toepassing op de in de bijlage omschreven producten, met dien verstande dat aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan:
a) de in de bijlage genoemde verkoopbenamingen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de daar genoemde producten en moeten in de handel worden gebruikt ter aanduiding van die producten. Deze benamingen worden, in voorkomend geval, aangevuld met de woorden:
- "pasta" of "in pastavorm" of
- "vloeibaar" of "in vloeibare vorm".
Deze verkoopbenamingen mogen evenwel worden aangevuld met de kwalificatie "geconcentreerd":
- voor het in punt 1, onder c), van de bijlage omschreven product, mits het gehalte aan uit koffie afkomstige droge stof meer dan 25 gewichtsprocent bedraagt;
- voor het in punt 2, onder c), van de bijlage omschreven product, mits het gehalte aan uit cichorei afkomstige droge stof meer dan 45 gewichtsprocent bedraagt;
b) de etikettering van de in punt 1 van de bijlage bedoelde producten waarvan het gehalte aan watervrije cafeïne niet meer bedraagt dan 0,3 gewichtsprocent van de uit koffie afkomstige droge stof, moet de vermelding "cafeïnevrij" omvatten. Deze vermelding moet in hetzelfde gezichtsveld als de verkoopbenaming worden aangebracht;
c) de etikettering van de in punt 1, onder c), en punt 2, onder c), van de bijlage omschreven producten moet eveneens de vermelding "met . . .", "verduurzaamd met . . .", "met toegevoegde . . ." of "gebrand met . . ." omvatten, gevolgd door de naam van de gebruikte suikersoort(en).
Deze vermeldingen moeten in hetzelfde gezichtsveld als dat van de verkoopbenaming worden aangebracht;
d) de etikettering moet voor de in punt 1, onder b) en c), van de bijlage omschreven producten de vermelding van het minimumgehalte aan uit koffie afkomstige droge stof en voor de in punt 2, onder b) en c), van de bijlage omschreven producten de vermelding van het minimumgehalte aan uit cichorei afkomstige droge stof omvatten. Deze gehalten moeten worden uitgedrukt in gewichtsprocent van het eindproduct.