Art. 7 Richtlijn 1999/4/EG

Richtlijn 1999/4/EG

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk 13 september 2000 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Deze bepalingen worden zodanig toegepast dat:

- het in de handel brengen van de in de bijlage omschreven producten, voorzover zij aan de in deze richtlijn vervatte omschrijvingen en regels voldoen, met ingang van 13 september 2000 wordt toegestaan;

- het in de handel brengen van producten die niet aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen, met ingang van 13 september 2001 wordt verboden. Producten die niet aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen, maar die vóór 13 september 2001 overeenkomstig Richtlijn 77/436/EEG zijn geëtiketteerd, mogen evenwel in de handel worden gebracht, totdat de voorraden zijn opgebruikt.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst mede van de belangrijke bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen