Art. 7 Verordening (EG) nr. 2799/98
1. Ingeval monetaire praktijken van uitzonderlijke aard met betrekking tot een nationale valuta de toepassing van de besluiten inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid in gevaar kunnen brengen, neemt de Commissie passende vrijwaringsmaatregelen, waarbij in voorkomend geval van de bestaande besluiten inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid kan worden afgeweken.
De in de eerste alinea bedoelde maatregelen worden onverwijld aan de Raad en de lidstaten medegedeeld.
Elke lidstaat kan het besluit van de Commissie aan de Raad voorleggen binnen drie werkdagen na de datum waarop hij van de vrijwaringsmaatregelen in kennis is gesteld.
De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen binnen een maand na de kennisgeving van de betrokken maatregelen.
2. Wanneer monetaire praktijken van uitzonderlijke aard met betrekking tot een nationale valuta de toepassing van de besluiten inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid in gevaar kunnen brengen, kan de Commissie in het kader van de bevoegdheden waarover zij op grond van die besluiten voor elk afzonderlijk geval beschikt, maatregelen nemen die van deze verordening afwijken, met name in de volgende gevallen:
- wanneer een land abnormale wisselkoersen, zoals meervoudige wisselkoersen, of ruilovereenkomsten toepast,
- wanneer het een land betreft waarvan de valuta niet op de officiële wisselmarkten wordt genoteerd of zich zodanig zou kunnen ontwikkelen dat verstoringen in het handelsverkeer ontstaan.