Art. 2 Verordening (EG) nr. 1540/98, Steun
1. Steun die direct dan wel indirect wordt verstrekt voor scheepsbouw, scheepsverbouwing en scheepsreparatie, zoals in deze verordening gedefinieerd, en die door de lidstaten of door regionale of lokale territoriale overheden met staatsmiddelen in welke vorm ook wordt gefinancierd, kan uitsluitend als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien hij aan het bepaalde in deze verordening voldoet. Deze bepaling geldt niet alleen voor ondernemingen die zich met deze activiteiten bezighouden, maar ook voor gelieerde personen of bedrijven.
2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder indirect verstrekte steun verstaan: alle vormen van steunmaatregelen ten behoeve van reders of derden die beschikbaar zijn als steun voor de scheepsbouw of de scheepsverbouwing, onder meer kredietfaciliteiten, garanties en belastingfaciliteiten. Wat belastingfaciliteiten betreft, laten deze bepalingen de communautaire richtsnoeren betreffende overheidssteun voor het zeevervoer (7), met name punt 3.1 ervan, alsook alle eventuele wijzigingen ervan, onverlet.
3. Steun die overeenkomstig deze verordening wordt verstrekt, mag niet gebonden zijn aan discriminerende voorwaarden ten aanzien van producten van oorsprong uit andere lidstaten. Met name mag steun die door een lidstaat aan zijn reders of aan derden in die staat is verleend voor het bouwen of verbouwen van schepen, de mededinging tussen scheepswerven in de lidstaat en scheepswerven in andere lidstaten bij de plaatsing van orders niet verstoren of dreigen te verstoren.