Art. 7 Verordening (EG) nr. 850/98
1. a) In gesleepte netten mogen panelen met vierkante mazen met een maaswijdte van ten minste 80 mm worden aangebracht.
b) Bij wijze van alternatief mogen bodemtrawls, Deense zegennetten of soortgelijke gesleepte netten met een maaswijdte van 100 mm of meer voorzien zijn van panelen die goedgekeurd zijn volgens Verordening (EEG) nr. 1866/86 van de Raad van 12 juni 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund (13).
2. Panelen met vierkante mazen:
a) moeten worden aangebracht in de bovenste helft of de bovenkant van een net vóór de tunnel, dan wel op enig punt tussen de voorkant van de tunnel en het achtereinde van de kuil;
b) mogen op geen enkele wijze worden geblokkeerd door aan de binnen- of buitenzijde aangebrachte toebehoren;
c) dienen ten minste drie meter lang te zijn tenzij de panelen deel uitmaken van netten die worden gesleept door vaartuigen met een vermogen van minder dan 112 kilowatt, in welk geval de lengte ten minste twee meter bedraagt;
d) moeten vervaardigd zijn uit knooploos netmateriaal of netmateriaal met niet-slippende knopen en moeten zo aangebracht zijn dat de mazen bij het vissen steeds volledig open blijven;
e) moeten zo vervaardigd zijn dat het aantal mazen in de voorste rij mazen van het paneel gelijk is aan of groter is dan het aantal mazen in de achterste rij mazen van het paneel.
3. In netten waarin een paneel met vierkante mazen wordt aangebracht op een plaats waar het net niet nauwer wordt, moeten zich ten minste vijf open ruitvormige mazen bevinden tussen elke rand van het paneel en de aangrenzende naadlijnen van het net.
In netten waarin een paneel met vierkante mazen in zijn geheel of voor een deel wordt aangebracht op een plaats waar het net nauwer wordt, moeten zich ten minste vijf open ruitvormige mazen bevinden tussen de achterste rij mazen van het paneel met vierkante mazen en de aangrenzende naadlijnen van het net.
4. In afwijking van lid 1, onder a), en lid 2, onder a), moeten alle bodemtrawls, Deense zegennetten of soortgelijk gesleept tuig met een maaswijdte tussen 70 en 79 mm vóór de kuil zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 80 mm of meer.
5. In afwijking van lid 1, onder a), is het verboden schaaldieren van de soort Pandalus aan boord te houden die gevangen zijn met demersale sleepnetten met een maaswijdte tussen 32 en 54 mm, tenzij het net is voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 70 mm of meer.
6. Het in de leden 4 en 5 bepaalde is uitsluitend van toepassing in de gebieden 1 en 2.
7. Bij de vaststelling van de maaswijdte van een gesleept net wordt geen rekening gehouden met de maaswijdte van netgedeelten met vierkante mazen die in ongeacht welk gedeelte van het net zijn aangebracht.