Art. 2 Verordening (EG) nr. 850/98
1. In deze verordening wordt onder "zeewateren" het volgende verstaan:
(a) Gebied 1:
alle wateren ten noorden en ten westen van een lijn die loopt van een punt op 48° noorderbreedte en 18° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 60° noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot 5° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 60°30' noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot 4° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 64° noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot de kust van Noorwegen.
(b) Gebied 2:
alle wateren benoorden 48° noorderbreedte, met uitzondering van de wateren in gebied 1 en de ICES-sectoren III b, III c, en III d.
(c) Gebied 3:
alle wateren in de ICES-deelgebieden VIII en IX.
(d) Gebied 4:
alle wateren in ICES-deelgebied X.
(e) Gebied 5:
alle wateren in het centraal-oostelijke deel van de Atlantische Oceaan omvattende de sectoren 34.1.1, 34.1.2 en 34.1.3 en deelgebied 34.2.0 van visserijgebied 34 van de Cecaf-zone.
(f) Gebied 6:
alle wateren voor de kust van het Franse departement Guyana die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Frankrijk vallen.
(g) Gebied 7:
alle wateren voor de kust van de Franse departementen Martinique en Guadeloupe die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Frankrijk vallen.
(h) Gebied 8:
alle wateren voor de kust van het Franse departement Réunion die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Frankrijk vallen.
2. De in deze verordening met "ICES" en "Cecaf" aangeduide geografische zones komen overeen met de gebieden die gedefinieerd zijn door respectievelijk de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee en de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Zij zijn, onder voorbehoud van latere wijzigingen, beschreven in de mededelingen van de Commissie nr. 85/C 335/02 (10) en nr. 85/C 347/05 (11).
3. De in lid 1 bedoelde gebieden kunnen volgens de in artikel 48 bedoelde procedure worden onderverdeeld in geografische zones, met name aan de hand van de in lid 2 bedoelde definities.
4. In afwijking van lid 2 wordt in de zin van deze verordening:
- het Kattegat in het noorden begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de kust van Zweden, en in het zuiden door een lijn van kaap Hasenøre naar kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van kaap Gilbjerg naar Kullen;
- het Skagerrak in het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar de vuurtoren van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de kust van Zweden;
- onder de Noordzee verstaan, ICES-deelgebied IV en het aangrenzende gedeelte van ICES-sector II a bezuiden 64° noorderbreedte alsmede het gedeelte van ICES-sector III a dat geen deel uitmaakt van het Skagerrak zoals dat in het tweede streepje van dit lid is omschreven.