Art. 5 Verordening (EG) nr. 615/98, Slotbepalingen

Verordening (EG) nr. 615/98

1. Uiterlijk bij de indiening van de aangifte ten uitvoer verstrekt de exporteur de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard, alle nodige gegevens over de reis.

Terzelfder tijd, of uiterlijk zodra hij daarvan kennis heeft gekregen, stelt de exporteur de bevoegde autoriteit in kennis van elke mogelijke wijziging met betrekking tot het vervoermiddel.

2. De overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 opgestelde aanvragen om betaling van de uitvoerrestituties moeten binnen de in dat artikel vastgestelde termijn worden aangevuld met het bewijs dat het bepaalde in artikel 1 in acht is genomen.

Dit bewijs wordt geleverd door:

- het naar behoren ingevulde document als bedoeld in artikel 2, lid 3, en

- in voorkomend geval, het in artikel 3, lid 2, bedoelde verslag.

Onverminderd artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 moet de exporteur, in het geval dat de restitutie niet naar bestemming is gedifferentieerd, bovendien een schriftelijke verklaring indienen waarin is vermeld hoeveel levende dieren in het derde land van de eindbestemming in het vrije verkeer zijn gebracht. Deze verklaring wordt geacht deel uit te maken van de gegevens voor de berekening van de gevraagde restitutie in de zin van artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3665/87.

3. Voor dieren die tijdens het vervoer zijn overleden of waarvoor de bevoegde autoriteit, op grond van de in lid 2 bedoelde documenten, de verslagen over de in artikel 4 bedoelde controles en/of welke andere gegevens ook over de naleving van artikel 1 waarover zij beschikt, van oordeel is dat de richtlijn inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer niet is nageleefd, wordt de uitvoerrestitutie niet betaald.

Het gewicht van een dier waarvoor de restitutie niet wordt betaald, wordt forfaitair bepaald door het totale gewicht in kg dat in de aangifte ten uitvoer is vermeld, te delen door het totale aantal dieren dat in diezelfde aangifte is vermeld.

4. Indien het aantal dieren waarvoor op grond van lid 3 geen restitutie wordt betaald:

- groter is dan 3 % van het aantal dat is vermeld in de aanvaarde aangifte ten uitvoer, en ten minste twee dieren bedraagt, of

- meer dan vijf dieren bedraagt,

wordt de restitutie verder verlaagd met een bedrag dat gelijk is aan het op grond van lid 3 niet betaalde bedrag aan restitutie.

De tijdens het vervoer overleden dieren waarvoor de exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat hun dood niet het gevolg was van niet-naleving van de voorschriften inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer, worden evenwel niet meegerekend.

5. De in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3665/87 bedoelde sanctie wordt niet toegepast voor het bedrag dat op grond van lid 3 niet is betaald, en evenmin voor de verlaging die heeft plaatsgevonden op grond van lid 4.

6. Indien door omstandigheden waarvoor de exporteur geen schuld treft, de in artikel 3, lid 1, bedoelde controle niet kon worden verricht, kan de bevoegde autoriteit op een met redenen omkleed verzoek van de exporteur andere documenten aanvaarden die haar de overtuiging geven dat de conclusie is gewettigd dat de richtlijn inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer is nageleefd.

7. Indien na de uitkering van de restitutie komt vast te staan dat de communautaire regelgeving inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer niet is nageleefd, wordt het desbetreffende deel van de restitutie, in voorkomend geval met inbegrip van de in lid 4 bedoelde verlaging, geacht ten onrechte te zijn uitgekeerd en teruggevorderd overeenkomstig artikel 11, leden 3 tot en met 6, van Verordening (EEG) nr. 3665/87.

Uitspraken die dit artikel aanhalen