Art. 3 Richtlijn 98/26/EG
1. Overboekingsopdrachten en verrekening zijn juridisch afdwingbaar en kunnen, zelfs in geval van een insolventieprocedure tegen een deelnemer, aan derden worden tegengeworpen, mits de overboekingsopdrachten vóór het tijdstip waarop een insolventieprocedure als omschreven in artikel 6, lid 1, is geopend, in een systeem zijn ingevoerd.
Indien bij wijze van uitzondering overboekingsopdrachten in het systeem worden ingevoerd nadat er een insolventieprocedure is geopend, en worden uitgevoerd op de dag van opening van een dergelijke procedure, zijn deze uitsluitend juridisch afdwingbaar en kunnen slechts aan derden worden tegengeworpen als de afwikkelende instantie, de centrale tegenpartij of het clearing house na het tijdstip van afwikkeling kunnen aantonen dat zij niet op de hoogte waren of op de hoogte behoefden te zijn van de opening van een dergelijke procedure.
2. Wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, regels of praktijken betreffende de nietigheid van overeenkomsten en transacties die zijn aangegaan vóór het tijdstip waarop een insolventieprocedure als omschreven in artikel 6, lid 1, is geopend, mogen niet tot het ongedaan maken van een verrekening leiden.
3. Het tijdstip van invoering van een overboekingsopdracht in een systeem wordt bepaald volgens de regels van dat systeem. Indien er in het nationale recht dat het systeem beheerst voorwaarden worden gesteld ten aanzien van het tijdstip van invoering, moeten de regels van dat systeem in overeenstemming zijn met deze voorwaarden.