Art. 2 Richtlijn 98/26/EG
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "systeem": een formele overeenkomst:
- tussen drie of meer deelnemers, in voorkomend geval, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een clearing house of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers,
- waarop het recht van een door de deelnemers gekozen lidstaat van toepassing is. De deelnemers kunnen echter uitsluitend kiezen voor het recht van een lidstaat waarin ten minste een van hen zijn hoofdkantoor heeft,
- die door de lidstaat waarvan het recht toepasselijk is, onverminderd strengere algemeen toepasselijke voorwaarden die door de nationale wet worden voorgeschreven, als systeem is aangemerkt en bij de Commissie is aangemeld, nadat die lidstaat zich ervan heeft vergewist dat de regels van het systeem adequaat zijn.
Onder de in de eerste alinea genoemde voorwaarden mag een lidstaat als een systeem aanmerken een dergelijke formele overeenkomst die behelst dat overboekingsopdrachten als bedoeld in onderdeel i), tweede streepje, worden uitgevoerd en dat in beperkte mate opdrachten met betrekking tot andere financiële instrumenten uitvoert, indien de lidstaat van oordeel is dat zulks in het licht van het systeemrisico geboden is.
Een lidstaat mag in individuele gevallen ook als een systeem aanmerken een formele overeenkomst tussen twee deelnemers, een eventueel aanwezige afwikkelende instantie, centrale tegenpartij, clearing house of indirecte deelnemer niet meegerekend, als die lidstaat van oordeel is dat zulks in het licht van het systeemrisico noodzakelijk is;
b) "instelling":
- een kredietinstelling als omschreven in artikel 1, eerste streepje, van Richtlijn 77/780/EEG (5) met inbegrip van de instellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, van die richtlijn, of
- een beleggingsonderneming als omschreven in artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG (6), met uitsluiting van de instellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met k), van die richtlijn, of
- een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie, of
- een onderneming met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap waarvan de werkzaamheden overeenstemmen met die van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen in de Gemeenschap, zoals omschreven in het eerste en tweede streepje,
die deelneemt aan een systeem en verantwoordelijkheid draagt voor het nakomen van de financiële verplichtingen die ontstaan uit overboekingsopdrachten binnen dat systeem.
Indien een systeem volgens de nationale wetgeving onder toezicht staat en uitsluitend overboekingsopdrachten als bedoeld in onderdeel i), tweede streepje, uitvoert, alsmede de uit dergelijke opdrachten voortvloeiende betalingen, kunnen de lidstaten bepalen dat ondernemingen die in dat systeem deelnemen en verantwoordelijkheid dragen voor het nakomen van de financiële verplichtingen die ontstaan uit overboekingsopdrachten binnen dat systeem, beschouwd kunnen worden als instellingen, op voorwaarde dat ten minste drie andere deelnemers aan dit systeem onder de in de eerste alinea genoemde categorieën vallen en dat zulks in het licht van het systeemrisico noodzakelijk is;
c) "centrale tegenpartij": een lichaam dat tussen de instellingen in een systeem staat en dat optreedt als de exclusieve tegenpartij van deze instellingen met betrekking tot hun overboekingsopdrachten;
d) "afwikkelende instantie": een lichaam dat aan instellingen en/of een centrale tegenpartij die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld, en dat in voorkomend geval aan die instellingen en/of centrale tegenpartijen krediet verleent voor afwikkelingsdoeleinden;
e) "clearing house": een lichaam dat verantwoordelijk is voor de berekening van de nettoposities van de instellingen, een eventuele centrale tegenpartij en/of een eventuele afwikkelende instantie;
f) "deelnemer": een instelling, een centrale tegenpartij, een clearing house of een afwikkelende instantie.
Naar gelang van de regels van het systeem kan eenzelfde deelnemer optreden als centrale tegenpartij, afwikkelende instantie of clearing house of alle of een deel van deze taken uitvoeren.
De lidstaten mogen besluiten dat voor de toepassing van deze richtlijn een indirecte deelnemer mag worden beschouwd als een deelnemer indien zulks in het licht van het systeemrisico noodzakelijk is en op voorwaarde dat de indirecte deelnemer bij het systeem bekend is;
g) "indirecte deelnemer": een kredietinstelling volgens de definitie onder b), eerste streepje, die contractueel verbonden is met een instelling die deelneemt in een systeem voor de uitvoering van overboekingsopdrachten volgens de definitie onder i), eerste streepje, om een geldbedrag ter beschikking van een ontvanger te stellen, middels een boeking in de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie, waardoor bovengenoemde kredietinstelling overboekingsopdrachten via het systeem kan doorgeven;
h) "effecten": alle instrumenten als bedoeld in deel B van de bijlage bij Richtlijn 93/22/EEG;
i) "overboekingsopdracht":
- een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking op de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie een geldbedrag ter beschikking van een ontvanger te stellen, of iedere opdracht die resulteert in het op zich nemen of het nakomen van een betalingsverplichting zoals gedefinieerd in de regels van het systeem, of
- een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking in een register, of anderszins, de rechten op of de belangen in één of meer effecten over te boeken;
j) "insolventieprocedure": elke collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde land voorziet, met het oog op de liquidatie of de sanering van de deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan overboekingen of betalingen;
k) "verrekening (netting)": het in één nettovordering of nettoverplichting omzetten van vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit overboekingsopdrachten die een deelnemer of deelnemers geeft/geven aan of ontvangt/ontvangen van één of meer andere deelnemers, met als gevolg dat er alleen een nettovordering of een nettoverplichting ontstaat;
l) "afwikkelingsrekening": een rekening bij een centrale bank, een afwikkelende instantie of een centrale tegenpartij die gebruikt wordt voor het houden van geld en effecten en waarmee ook transacties tussen deelnemers aan een systeem worden afgewikkeld;
m) "zakelijke zekerheden": alle realiseerbare activa (met inbegrip van geld dat in het kader van een pandgeving is verstrekt), die in het kader van een pandgeving, retrocessie- of soortgelijke overeenkomst of anderszins zijn verstrekt tot zekerheid in verband met de rechten en verplichtingen die in verband met een systeem kunnen ontstaan, dan wel ten behoeve van de centrale banken van de lidstaten of de toekomstige Europese Centrale Bank.