Art. 4 Verordening (EG) nr. 1255/97

Verordening (EG) nr. 1255/97

1. Halteplaatsen mogen uitsluitend worden gebruikt om dieren onderweg op te vangen, te voederen, te drenken, te laten rusten, onder te brengen, te verzorgen en verder te zenden.

2. In afwijking van lid 1 kunnen echter tevens de verzamelcentra als omschreven in artikel 2, punt o), van Richtlijn 64/432/EEG door de lidstaten als halteplaatsen worden erkend op voorwaarde dat zij bij gebruik als halteplaats:

a) voldoen aan de relevante eisen van artikel 11 van Richtlijn 64/432/EEG en aan de eisen van deze verordening;

b) tijdens de betrokken periode uitsluitend voor deze activiteit worden gebruikt;

c) niet worden gebruikt voor de aan- of verkoop van de in deze verordening bedoelde dieren.

3. Op halteplaatsen mogen zich op hetzelfde ogenblik alleen dieren bevinden met dezelfde voor de soort gecertificeerde gezondheidsstatus waarvoor de halteplaatsen zijn erkend, om te voorkomen dat hun gezondheidsstatus in gevaar wordt gebracht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen