Art. 37 Verordening (EG) nr. 515/97
1. Elke lidstaat belast een nationale controleautoriteit of -autoriteiten, verantwoordelijk voor de bescherming van persoonsgegevens, met het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op dergelijke gegevens in het DIS.
De controleautoriteiten dienen, in overeenstemming met hun respectieve nationale wetgeving, op onafhankelijke wijze toezicht uit te oefenen en controles te verrichten teneinde te garanderen dat de verwerking en het gebruik van de in het DIS opgenomen gegevens de rechten van de betrokkenen niet schenden. Voor dit doel hebben de controleautoriteiten toegang tot het DIS.
2. Eeenieder kan elke nationale controleautoriteit verzoeken persoonsgegevens in het DIS die op hemzelf betrekking hebben en het gebruik dat van deze gegevens is of wordt gemaakt, te controleren. Dit recht wordt uitgeoefend overeenkomstig de wetten, regelingen en procedures van de lidstaat waar het verzoek is ingediend. Wanneer de gegevens door een andere lidstaat of door de Commissie zijn ingevoerd, geschiedt de controle in nauw overleg met de nationale controleautoriteit van die lidstaat of met de in lid 4 bedoelde autoriteit.
3. De Commissie neemt binnen haar diensten alle noodzakelijke maatregelen om op de bescherming van persoonsgegevens een toezicht te verzekeren dat gelijkwaardige waarborgen biedt als die welke voortvloeien uit lid 1.
4. Tot de aanwijzing van een of meer autoriteiten die voor de communautaire instellingen en organen zijn ingesteld, zijn de activiteiten van de Commissie ten aanzien van de in artikel 34, lid 1, artikel 36, lid 1, en artikel 37, lid 3, bedoelde regels voor de gegevensbescherming, onderworpen aan controle door de in artikel 138 E van het Verdrag bedoelde ombudsman, in het kader van de taak die dat Verdrag hem opdraagt.
Hoofdstuk 7
Beveiliging van het DIS