Art. 43 Verordening (EG) nr. 515/97
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité dat wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.
Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld, behalve wanneer de Raad zich met gewone meerderheid van stemmen tegen genoemde maatregelen heeft uitgesproken.
3. De procedure van lid 2 wordt met name gehanteerd om
a) te besluiten welke gegevens in het DIS worden ingevoerd, zoals bepaald in artikel 25;
b) te bepalen voor welke handelingen inzake de toepassing van de landbouwvoorschriften gegevens in het DIS moeten worden ingevoerd, als bedoeld in artikel 23, lid 4.
4. Het comité buigt zich over iedere kwestie in verband met de toepassing van deze verordening, die door zijn voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde kan worden gesteld, met name betreffende:
- het functioneren van de bij deze verordening ingestelde wederzijdse bijstand in het algemeen,
- de vaststelling van de praktische modaliteiten voor de toezending van de in de artikelen 16 en 17 bedoelde gegevens,
- de krachtens de artikelen 17 en 18 aan de Commissie verstrekte gegevens teneinde er lering uit te trekken, de noodzakelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om een einde te maken aan de geconstateerde handelingen die in strijd zijn met de douane- of landbouwvoorschriften, en, in voorkomend geval, voor te stellen de bestaande communautaire voorschriften te wijzigen of aanvullende bepalingen vast te stellen,
- de voorbereiding van door de lidstaten verrichte en door de Commissie gecoördineerde onderzoeken alsmede de in artikel 20 bedoelde communautaire missies,
- de maatregelen die zijn genomen ter waarborging van het vertrouwelijke karakter van de uit hoofde van deze verordening uitgewisselde inlichtingen, en met name van de persoonsgegevens, andere dan die waarop titel V betrekking heeft,
- de tenuitvoerlegging en het goed functioneren van het DIS en alle technische en operationele maatregelen om de beveiliging van het DIS te waarborgen,
- de noodzaak om bepaalde gegevens in het DIS te bewaren,
- de maatregelen die zijn genomen om het vertrouwelijke karakter van de krachtens deze verordening in het DIS opgeslagen gegevens, met name van de persoonsgegevens, te waarborgen en te verzekeren dat de voor de verwerking van deze gegevens verantwoordelijke personen de op hen rustende verplichtingen nakomen,
- de uit hoofde van artikel 38, lid 2, genomen maatregelen.
5. Het comité buigt zich over alle problemen in verband met het functioneren van het DIS waarop de in artikel 37 bedoelde controleautoriteiten eventueel stuiten. In dat geval komt het comité bijeen in een ad hoc samenstelling, bestaande uit door iedere lidstaat aangewezen vertegenwoordigers die van diens nationale controleautoriteit of -autoriteiten afkomstig zijn. De in artikel 37, lid 4, bedoelde ombudsman of zijn vertegenwoordiger kan eveneens, op eigen initiatief, en voorzover hij zulks verenigbaar acht met zijn taak, deelnemen aan de vergaderingen van het comité in een dergelijke ad hoc samenstelling. Het comité komt in zijn ad hoc samenstelling ten minste eenmaal per jaar bijeen.
6. Voor de doeleinden van dit artikel heeft het comité rechtstreekse toegang tot de ingevoerde gegevens in het DIS en kan daarvan rechtstreeks gebruikmaken.