Art. 33 Verordening (EG) nr. 515/97
1. Gegevens die in het DIS zijn ingevoerd, worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. De noodzaak deze gegevens te bewaren wordt ten minste jaarlijks door de DIS-partner die deze gegevens heeft verstrekt, getoetst.
2. De gegevensverstrekkende DIS-partner kan vóór het verstrijken van de toetsingstermijn besluiten om gegevens te bewaren tot de volgende toetsing, indien dit noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. Onverminderd het bepaalde in artikel 36 worden de gegevens, indien niet wordt besloten deze te bewaren, automatisch verplaatst naar dat deel van het DIS dat beperkt toegankelijk is in overeenstemming met het bepaalde in lid 4.
3. De gegevensverstrekkende DIS-partner wordt vanuit het DIS één maand van tevoren automatisch in kennis gesteld van een geprogrammeerde verplaatsing van gegevens binnen het DIS overeenkomstig lid 2.
4. Gegevens die overeenkomstig lid 2 zijn verplaatst, blijven nog één jaar in het DIS bewaard maar zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 36, uitsluitend toegankelijk voor een vertegenwoordiger van het comité als bedoeld in artikel 43 in het kader van de toepassing van lid 4, zevende tot en met negende streepje van dat artikel, en van lid 5, of voor de controleautoriteiten als bedoeld in artikel 37. In die periode mogen deze de gegevens alleen raadplegen om de juistheid en de rechtmatigheid ervan te controleren; na die periode moeten de gegevens uit het systeem worden verwijderd.
Hoofdstuk 5
Bescherming van persoonsgegevens