Art. 25

1. Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat, op grond van de uitkomsten van de controles die zijn verricht op de plaats van afzet van de producten, van oordeel is dat niet aan het bepaalde in deze richtlijn is voldaan in een grensinspectiepost dan wel in een douane-entrepot, een vrije zone of een vrij entrepot zoals bedoeld in artikel 12, in een andere lidstaat, treedt zij onverwijld in contact met de bevoegde centrale autoriteit van die lidstaat.

Deze autoriteit treft de nodige maatregelen en stelt de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat in kennis van de aard van de verrichte controles, de genomen besluiten en de gronden daarvan.

Wanneer de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat vreest dat deze maatregelen ontoereikend zijn, zoekt zij met de bevoegde autoriteit van de in het geding gebrachte lidstaat, eventueel door een bezoek ter plaatse, naar wegen en middelen om de situatie te verhelpen.

Wanneer bij de in de eerste alinea bedoelde controles herhaalde inbreuken op deze richtlijn worden vastgesteld, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan in kennis.

De Commissie kan, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming of op eigen initiatief, en met inachtneming van de aard van de vastgestelde overtredingen:

- in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten een inspectieteam ter plaatse zenden,

- de bevoegde autoriteit verzoeken de controles in de betrokken grensinspectiepost, het douane-entrepot, de vrije zone of het vrije entrepot te verscherpen.

In afwachting van de conclusies van de Commissie moet de in het geding gebrachte lidstaat, op verzoek van de lidstaat van bestemming, de controles in de betrokken grensinspectiepost, het douane-entrepot, de vrije zone of het vrije entrepot verscherpen.

De lidstaten van bestemming kan zijnerzijds de controles ten aanzien van producten van dezelfde herkomst intensiveren.

Op verzoek van een van de twee betrokken lidstaten en indien bij de in de vijfde alinea, eerste streepje, bedoelde inspectie de onregelmatigheden worden bevestigd, moet de Commissie volgens de procedure van artikel 28 de nodige maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten zo spoedig mogelijk volgens dezelfde procedure worden bevestigd of herzien.

2. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de krachtens de wetgeving van de lidstaten bestaande rechtsmiddelen tegen de besluiten van de bevoegde autoriteiten.

Elk door de bevoegde autoriteit genomen besluit en de redenen daarvoor worden meegedeeld aan de bij dat besluit betrokken belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger.

Indien de belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger daarom verzoekt, moet het met redenen omklede besluit hem schriftelijk worden medegedeeld met opgave van de rechtswegen die de wetgeving van de lidstaat die de controle verricht, voor hem openstelt, alsmede van de vorm waarin en de termijnen waarbinnen van deze rechtswegen gebruik moet worden gemaakt.

3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.

Uitspraken die dit artikel aanhalen