Art. 24 Richtlijn 97/78/EG

Richtlijn 97/78/EG

1. Wanneer op grond van de door deze richtlijn voorgeschreven controles tot een ernstige overtreding of tot herhaalde overtredingen van de communautaire veterinaire wetgeving kan worden geconcludeerd, neemt de bevoegde autoriteit ten aanzien van de betrokken producten of de oorsprong van die producten de volgende maatregelen:

- zij deelt de Commissie mee welke producten zijn gebruikt en om welke partij het gaat; de Commissie stelt alle grensinspectieposten daarvan onverwijld in kennis,

- de lidstaten versterken de controles op alle partijen producten van dezelfde oorsprong. Met name de tien volgende partijen van dezelfde oorsprong moeten, onder betaling van een voorschot voor de controlekosten, worden vastgehouden in de grensinspectiepost om er aan een materiële controle onderworpen te worden met inbegrip van de monsternemingen en laboratoriumonderzoeken als bedoeld in bijlage III.

Wanneer op grond van deze nieuwe controles wordt bevestigd dat de communautaire wetgeving niet is nageleefd, moeten de in het geding zijnde partijen of delen van partijen overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder a) en b), behandeld worden,

- de Commissie wordt in kennis gesteld van het resultaat van de verscherpte controles en verricht in het licht van die informatie alle nodige onderzoeken om de oorzaken en oorsprong van de geconstateerde overtredingen na te gaan.

2. Wanneer uit de controles blijkt dat de maxima voor residuen overschreden zijn, wordt overgegaan tot de in lid 1, tweede streepje, bedoelde controles.

3. Indien de Commissie in derde landen die met de Gemeenschap gelijkwaardigheidsovereenkomsten hebben gesloten of in derde landen waarvoor lagere controlefrequenties gelden, na een onderzoek bij de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land, tot de conclusie komt dat die autoriteiten de verplichtingen en garanties als vervat in de in artikel 29, lid 1, van Richtlijn 96/23/EG bedoelde plannen niet zijn nagekomen, schort zij voor dat land volgens de procedure van artikel 29 van de onderhavige richtlijn de verlaging van de controlefrequenties voor de in het geding zijnde producten op, totdat het betrokken derde land het bewijs heeft geleverd dat er een eind is gemaakt aan de nalatigheden. De opschorting wordt volgens dezelfde procedure gemeld.

Zo nodig wordt, met het oog op de hernieuwde toepassing van de overeenkomsten, door een communautaire missie, waarbij deskundigen van de lidstaten zijn betrokken, op kosten van het betrokken derde land ter plaatse nagegaan welke maatregelen in dit verband zijn genomen.